Spanje, Trektochten

Spanje gr7 dag 16 / 45 Bocairent – Ontinyent – Vallada

bocairent ontinyent vallada gr7 e7 e4 hiken hikinh soloreis vrouw alleen op reis op pad wandelen lopen avontuur backpacken trektocht loslaten controle intuitie verwerken huilen tegenvallers

“Een slimme meid…”

Vandaag begin ik met een heerlijke yogales op het zachte gazon van Villa Carmen en neem vervolgens afscheid van de camping. De weg die voor me ligt, leidt me straks weg van de bewoonde wereld, en gisteren heb ik alle noodzakelijke voorbereidingen getroffen om de dagen zo goed mogelijk door te komen. De kaart en de route heb ik uitvoerig bestudeerd, op zoek naar mogelijke kampeerplekken en watervoorzieningen.

Loslaten

Als ik van de camping terugloop naar waar ik de dag ervoor de route verliet, zie ik echter meteen dat de route niet klopt met mijn voorbereidingen. Het bord wijst een richting op die absoluut niet klopt met mijn uitgestippelde route. Ik moet hardop lachen, maar voel me tegelijkertijd nerveus. Alle voorbereidingen die ik heb gedaan wat betreft de route, blijken nu voor niks te zijn! Ik zit in tweestrijd. Wat doe ik, volg ik de route volgens mijn gps zoals ik het heb voorbereid? Of kies ik de, blijkbaar nieuwe of aangepaste route zoals die op de grond is, zonder te weten wat dat praktisch zal betekenen? Een klein stemmetje (intuïtie?) vertelt me: ‘loslaten!’, en daarmee gooi ik al mijn zekerheid en houvast in één klap overboord.

Naar Ontinyent

De nieuwe route wijst me naar Ontinyent, een stad waar mijn gps-route niet langs komt. Dat betekent dat ik vanaf nu afhankelijk ben van de routemarkeringen op de grond. Toch voelt het goed, om die controle los te laten. Het is zo’n metafoor voor het leven, voor mijn constante pogingen om alles maar te sturen of te controleren. Puntje bij paaltje is dat natuurlijk allemaal maar schijn. We hebben helemaal geen controle over hoe het leven loopt. Dus besluit ik er dan maar helemaal voor te gaan. Leven in overgave. Ik ga wel zien waar ik uitkom. Maar vanaf nu moest ik wel alert zijn op de witrood markeringen, want  als ik die mis, zou ik zo verkeerd kunnen lopen. Gelukkig is de markering het eerste stuk van mijn route prima aangegeven, en word ik de berg naast Bocairent opgeleid en over geleid, om richting de stad Ontinyent te lopen.

Waar is de witrood markering?

Als ik de berg afloop, langs de begraafplaats en de eerste huizen die de stad aankondigen, ben ik ineens de markering kwijt. Ik loop een stuk terug, in de veronderstelling dat ik misschien een afslag heb gemist, maar kan niets vinden. Ik zucht. Wat nu? Deze grote stad is een wirwar van straatjes en verkeer, hier vind ik die markering nooit meer terug. Het nerveuze gevoel bekruipt me weer en besluit om even pas op de plaats te nemen. Eerst eens koffie drinken, dan kan ik rustig opnieuw de kaart bekijken en zien wat mijn opties zijn. Misschien kan ik vanaf hier wel weer teruglopen naar mijn oorspronkelijke gps route.

Ondanks het vooruitzicht van de koffie, merk ik hoe snel mijn stemming is omgeslagen. Vanmorgen voelde ik me opgetogen, als een jonge hond wilde ik op pad, het avontuur in. En nu voel ik me zwaar, ik merk dat ik baal. Ik moet een heel stuk door de stad heen en extra kilometers maken om weer op mijn eigen gps route te komen. En wie weet of die route nog wel bestaat en wordt bijgehouden? Ik voorzie slechte paden en zie op tegen praktijken van vorig jaar, waar ik amper door de overwoekerde paden heen kon bewegen. Mijn hoofd vult zich met mokkende en zware gedachtes, die mijn aanwezigheid vertroebelen. Daardoor mis ik een heel stuk van de stad en kan ik moeilijk genieten van wat ik tegenkom. Wel valt me op dat er behoorlijk wat toeristen op de been zijn, die met bussen naar de oude stadsmuren worden gebracht, of in polonaise achter de bordjes van hun gids aan hobbelen. Ik laat de drukte achter me, en merk dat mijn lichaam nog moe is.

Aandacht voor wat er is

Vermoeidheid heeft ook effect op mijn stemming, heb ik ontdekt. Het stijgen gaat moeizaam, ik struikel over mijn voeten en zucht regelmatig diep. Ineens mis ik thuis heel erg. Waar komt dit ineens vandaan? In plaats van me te laten meeslepen met de mistroostige gedachten en zelfmedelijden, verleg ik mijn aandacht naar mijn lichaam. Ik probeer op te merken waar ik de gevoelens en emoties voel in mijn lijf, wat nog niet gemakkelijk is omdat ik tegelijkertijd omhoog loop, en de druk van de zware tas op mijn lijf voel. Maar naast de gebruikelijke lichamelijke sensaties van het lopen, voel ik een licht misselijk gevoel, en een gevoel alsof er een steen in mijn maag ligt. Ik loop langzaam door, ‘ik kom die markeringen vanzelf wel weer tegen’, monter ik mezelf op.

In de steek gelaten

Ineens krijg ik een inzicht. Het klinkt gek, maar ik voel me in de steek gelaten, verraden zelfs! Ik heb mijn vertrouwen gesteld in de route, in de markeringen op de grond. Ik heb de beslissing gemaakt om mijn controle los te laten en mezelf over te geven aan het onbekende, te vertrouwen op de markering. En nu laten ze mij in de steek. Ineens moet ik het zelf uitzoeken. Is mijn vertrouwen en overgave toch geen goede zet geweest? Het voelt een beetje alsof ik in de maling ben genomen.

Terwijl ik dit inzicht tot me door laat dringen, passeer ik een rotonde, en in een flits zie ik roodwit. Wacht even. Een reflector? Ik doe een paar passen terug. Nee, het is de witroodmarkering! Nouja! Een enorm gevoel van opluchting overvalt me. Ik speur de vier straten die op de rotonde uitkomen af, maar kan niet ontdekken waar de markering vandaan komt, of waar het naartoe gaat. De opluchting wordt direct gevolgd door frustratie en boosheid. “Zoek het uit! Ik volg mijn eigen pad wel!”. Na een paar honderd meter is daar dan ineens wederom weer de markering! En dit keer blijft hij consistent met mijn eigen route. Hoera! Ik ben weer terug op het pad! Eind goed al goed. Wat een bijzondere ervaring! Een stuk lichter loop ik verder, de stad uit.

Loodrecht omhoog

De route leidt me eerst langs vrijstaande huizen aan de rand van de stad, om uiteindelijk aan de voet van een berg uit te komen. Ik kan de route recht omhoog de berg op volgen: een pad van nauwelijks 40cm breed, dwars door jonge dennenbomen die het zicht links en rechts volledig wegnemen. Niks geen zigzag of speelse route, maar iemand die lijnrecht een streep omhoog lijkt te hebben getrokken naar de top van de berg. Steil omhoog. Tot zover ik kan kijken. Het ziet er verschrikkelijk uit, maar er zit niets anders op. De route gaat daarheen. Na een diepe teug adem zet ik mijn voeten schuin de berg op. Het hellingsvlak is zo steil, dat de berg mij voortdurend probeert van zich af te schudden, en ik met regelmaat de neiging heb achterover te vallen. De takken links en rechts grijpen naar mijn rugzak en vertragen mijn pas nog verder. Ik ploeter voort, en trek mezelf kreunend en krakend omhoog aan mijn stok. Ik zie de top afvlakken, en krijg hoop: ik ben er bijna! Maar als ik op dat punt aankom, blijkt het niet meer dan een tijdelijke verflauwing van de hellingshoek, en volgen er enkel nog meer hoogtemeters.

De emoties zitten hoog

De groene tunnel benauwd me, het ontneemt me elk uitzicht of perspectief. Opgeslokt tussen de begroeiing heb ik geen flauw benul hoever ik nog moet of waar ik me op de heuvel bevindt. Opnieuw ben ik in de veronderstelling dat ik er ben, maar ook nu houdt de berg me voor de gek, en buigt het pad verder omhoog, een onverbiddelijk smal, steil pad. Ik voel het bekende gevoel van opkomende tranen, ergens ver achter in mijn keel en borst, en als ik dan eindelijk de asfaltweg bereik waar het pad op uitmondt, branden de tranen inmiddels achter m’n ogen. Ik kom op adem, tank een halve liter water leeg, en voel me langzaam kalmeren.

Terwijl ik op het asfalt zit, en uitzicht heb op de berg die ik zojuist heb beklommen, popt er ineens een liedje in mijn hoofd en een sterke drang om dit liedje te luisteren. Omdat ik de titel van het liedje niet weet, zet ik de hele cd op. Intussen is de route een stuk beter begaanbaar, omdat ik bijna bovenaan de berg ben. Het asfalt gaat over in een breed gravelpad en leidt me langs een kerkje bovenop de bergtop en neemt me daarna weer slingerend omlaag. En dan ineens speelt het nummer dat in mijn hoofd kwam, en begin ik te huilen. Hartstochtelijk te huilen, alsof het van heel diep van binnen mij komt. Alsof het iets is dat er nu pas uitkomt, met hulp van de muziek. Het moet eruit. Een pijnlijk, heet verdriet, dat een brandend gevoel achterlaat in mijn keel en me hortend laat ademen. Terwijl ik huil, voel ik ook dat er iets oplost, van binnen. Het is alsof er iets diep in mij ontspant, alsof er ruimte ontstaat tussen de cellen. Hoewel er geen woorden of beelden zijn, voel ik naast de scherpe emoties de verkramping verminderen in mijn lichaam. Ook al snap ik niet waar dit mee te maken heeft, of wat de oorzaak is van deze emoties, het lucht gigantisch op. Het maakt eigenlijk ook niks uit, ik hoef het helemaal niet te begrijpen.

Opgeruimd weer verder

Met een opgeruimd gevoel en lichter gemoed zet ik daarna mijn tocht voort. Met de recente bergtop nog vers in het geheugen, blijft de rest van de route tamelijk lastig. Ik maak veel hoogtemeters en de paden zijn steil, ook als ik afdaal. Vooral het dalen doet zeer aan mijn inmiddels gevoelige voeten. Ik ben moe. Mijn lichaam is nog niet helemaal hersteld van de vorige uitputtingsslag.

Braaf blijf ik de witroodmarkeringen volgen, en dan eindelijk, vlak voor Vallada, sluit de  route op de grond ineens weer aan op de gps route op mijn horloge. Het geeft een gevoel van veiligheid en vertrouwdheid dat ik nu weer een back-up heb op mijn horloge. Zo kan ik niet verdwalen. Nu ben ik ineens in Vallada, waar ik volgens mijn eigen planning pas morgen zou aankomen. Blijkbaar heeft de nieuwe route een stuk afgesneden. Opgelucht en uitgeput ga ik op een terras zitten en bestel een ijskoud biertje. In Vallada is niks aan accommodatie of camping, dus zal ik straks buiten Vallada een kampeerplek zoeken.

Op de camino

Na mijn biertje reken ik af, en vraagt de vrouw achter de bar of ik soms de camino naar Santiago loop. Ik vertel over mijn route en als ik het dorp weer uitloop, zie ik inderdaad de kenmerkende blauwgele camino wegmarkeringen en de schelpen die de route aanduiden. Erg leuk om af en toe een stukje van de camino mee te pikken. Hoe hoger ik in Spanje kom, hoe meer routes zullen samenkomen, vermoed ik. Vrolijk van het biertje en de gedachte dat ik nu alleen nog maar een kampeerplek hoef te vinden, loop ik Vallada uit. Ik passeer sinaasappelboomgaarden en verzamelde enkele gevallen exemplaren van de grond. Vaak moet ik dan wel een deel van de sinaasappel wegsnijden, omdat ze slechte plekken hebben, maar wát is een verse sinaasappel, rechtstreeks van de boom een traktatie! Het zoetzure, tintelende sap is een ware smaakexplosie en welkome afwisseling of de eeuwige wraps, havermout en andere vitaminen-ontberende voedingsmiddelen.

Onder de snelweg door… of toch niet?

De route gaat een snelweg onderdoor, met aan de andere kant een prima kampeermogelijkheid, lijkt het op de kaart. Maar als ik op het punt kom waar de route volgens mijn horloge de snelweg onderdoor gaat, is er in werkelijkheid een bord met een groot kruis, die duidelijk maakt dat er geen route meer is die kant op. En inderdaad, als ik die kant op kijk, zie ik een oerwoud aan metershoge begroeiing, een soort ophoping van regenwater, modder en vooral heel veel zwerfafval. Het rode kruis op het bord is duidelijk dat de route daar niet heen gaat. Maar waarheen dan wel? Ik sta op een t-splitsing met de kant waar ik vandaan kom, rechts de snelweg onderdoor, of rechtdoor naar… ja, waarheen? Ik raadpleeg de kaart opnieuw. De weg rechtdoor gaat naar een ander dorp, kilometers verderop, en buigt naar links af, terwijl mijn route juist rechts verdergaat. Ergens verderop is ook nog een mogelijkheid om de snelweg over de steken, maar dat is vanaf hier nog zo’n 2,5 kilometer verderop! Dat zou betekenen dat ik nu 5km extra moet lopen om op hetzelfde punt aan de andere kant van de snelweg uit te komen. Ik zucht gefrustreerd.

Het wordt donker

Ondertussen belt Steef, want het is rond half 8, de tijd waarop ik normaal gesproken al lang en breed voor mijn tent zit en heb gegeten. De zon zakt als een malle achter de horizon, en benadrukt de beperkte tijd die ik heb om met het laatste licht te lopen. Met een zwaar gemoed neem ik op, en ventileer mijn frustratie. Ik wil tóch proberen of ik niet onder de snelweg doorkom, het eerste stuk lijkt nog enigszins mogelijk om doorheen te komen. Met de telefoon aan mijn oor sla ik de planten links en rechts opzij, en plaats mijn voeten zoveel mogelijk op droge stukken, zorgvuldig om de vieze luiers, verroeste blikken, en opengereten vuilniszakken met ondefinieerbare inhoud, heen stappend. Getver wat een smerige boel, en wat een onmogelijk pad! Het “pad” wordt steeds dieper onder de snelweg door, en waar eerst hier en daar plasjes water of modder liggen, wordt dit nu steeds meer, en uiteindelijk een soort vieze, drabberige sloot. Ik heb geen keus, ik moet omkeren. Ik staak mijn poging en ga terug. Weer een half uur van mijn tijd verloren. De zon flirt al met de avond, en werpt lange schaduwen voor me.

De laatste kilometers

Eenmaal terug op de t-splitsing zet ik de vaart erin en wil maar één ding: een kampeerplek vinden. Zonder veel aandacht te besteden aan mijn omgeving trap ik mijn gaspedaal in en stamp door. Ik heb er een hekel aan om in het donker een slaapplek te moeten vinden, zeker met de ervaringen van de wilde zwijnen van laatst. Liever weet ik op wat voor plek ik sta, hoe het zit met bomen, hoe vlak de grond is, of er water in de buurt is, of ik dierensporen zie, etc. Vaak maak ik mijn plek nog even ‘schoon’ door steentjes, takjes en andere losliggende zooi weg te schoppen of te vegen, zodat ik zo vlak mogelijk sta en mijn matje bescherm tegen lekkage.

Eindelijk steek ik een viaduct over en loop ik nu langs een bedrijventerrein aan de andere kant van de drukke snelweg. Als de zon nét de horizon verlaat, draait de route links weg van de snelweg, en neemt me mee een kloof in. Links en rechts verrijzen steeds steiler en hoger wordende rotswanden. Hoe vind ik hier een kampeerplek? Maar in het allerlaatste restje licht vind ik dan eindelijk een prachtig plekje: een stukje vlakke grond vlakbij het pad, omsloten door de rotswanden. Als een malle zet ik snel mijn tent op, in het licht van mijn hoofdlamp, trek warme kleren aan en ga dan hongerig en uitgeput op mijn matje zitten. Ik ben te moe om mijn eten op te warmen, dus eet mijn kant en klaar maaltijd van gehaktballetjes in saus met het laatste restje brood koud op. Het is verrukkelijk. De laatste druppel saus schraap ik met mijn brood uit de hoekjes van het bakje. Eten smaakt het allerbeste na een hele dag buiten zijn en wandelen. Moe van de dag, kruip ik vrijwel direct daarna al mijn slaapzak in.

En opnieuw zijn daar de zwijnen

Ik dommel in, en schrik rond 21u alweer wakker. Het is een herhaling van een paar nachten hiervoor: wilde zwijnen. Opnieuw waren het er veel en vlakbij. De snuivende geluiden en wroetende poten die steentjes laten wegrollen zijn bijna voelbaar door mijn dunne tentdoek heen. Doodstil blijf ik liggen, in de hoop dat ze zullen weggaan. Ik app Steef – gelukkig heb ik bereik – en hij stelt me gerust dat er vrijwel nooit zwijnen zijn die mensen aanvallen. Op verschillende fora leest hij ervaringen van andere wildkampeerders, die de tip geven om vooral stil te blijven. Maar als er ineens een zwijn vlák naast me luid knorrend en snuivend polshoogte komt nemen, ontsnapt een gil van angst uit mijn keel. Direct slaat de paniek toe: ‘nu gaan ze me aanvallen, nu komen ze dwars door mijn tent heen’, schiet er door me heen. De zwijnen schrikken blijkbaar net zo hard van mij als ik van hen, want ineens hoor ik overal hoefgetrappel en gesnuif en geknor.

De zwijnen nemen wat afstand, maar blijven voor mijn gemoedsrust véél te dichtbij. Met een hart dat in mijn keel bonkte, rits ik heel voorzichtig mijn binnentent open, op zoek naar mijn mes en mijn stok. Ik kom zo stil mogelijk overeind met het mes in mijn ene hand, en de stok in de andere. Klaar om toe te slaan zodra één van de zwijnen besluit dat ik een dreiging ben voor ze. Wanneer voelen zwijnen zich bedreigd? Zit ik in hun territorium? Zien ze mijn tent als een vreemd object, hoe interpreteren ze mijn geur? Oh god, ze ruiken vast mijn eten! En daar komen ze op af! Mijn mond is droog, en ik voel me duizelig van angst. Steef blijft geruststellende appjes sturen, wat eventjes helpt, maar het haalt de aanwezigheid van de beesten niet weg! Ik weet niet hoe lang het duurt voor ik besef dat hun geluid minder hard klinkt en ze verder weg zijn. Eindelijk durf ik mijn stok neer te leggen, maar mijn mes houd ik vlak bij me, mochten ze besluiten terug te keren. Het is tenslotte nog geen nacht! Om mezelf af te leiden ga ik lezen, mét alle angst in mijn lijf.

Mijn lichaam neemt het over

Het is bijzonder om te ervaren hoe je reageert in omstandigheden waarin je helemaal aan jezelf bent overgeleverd. Hoe doe je dan, ben je in staat tot handelen? Ik heb het gevoel dat ik terugval op een basaal en primair overlevingsinstinct. Ik ben écht in staat mijn mes en stok te gebruiken als zelfverdediging. Maar ik ben óók in staat om ergens ver weg, achter de emotie van angst, te beseffen: dit heb ik nu al een paar keer meegemaakt en het is toen ook goed gegaan. Ik kon daardoor de emotie op een gegeven moment laten bestaan en meer rationeel de beslissing maken om te gaan lezen, om tóch, ondanks alles, te gaan proberen te slapen. Want ik was ook moe, en wat kon ik anders? Ik heb geen controle over de situatie. En gek genoeg val ik nog redelijk vlug in slaap ook. Blijkbaar is de noodzaak aan slaap en rust nóg een tikkie urgenter dan mijn alerte zelfverdedigingsmechanisme. Het lichaam neemt dus bepaalde processen ook over als het erop aankomt, hoe bijzonder is dat? Deze tochten leer ik zoveel over mezelf en mijn lichaam, en ontwikkel ik vooral een diep respect en bewondering voor dit soort processen en mechanismen.