Spanje gr7 dag 17 / 46 Vallada – Bolbaite
Wakker worden in de kloof
Als ik wakker word ziet de wereld er direct een stuk vriendelijker uit. Het is iets magisch dat er ’s nachts een totaal andere wereld tot leven komt dan overdag. In mysteriën gehuld, grotendeels onzichtbaar voor ons mensen. Maar de aanwezigheid van al het leven om me heen is voelbaar, onmiskenbaar. Het is inderdaad een schitterende plek waar ik heb geslapen. Omhuld in de rotswanden, onttrokken aan elk zicht, maar toch relatief vlakbij de bewoonde wereld. Ik pak alles in en wil net beginnen met mijn yoga, als het begint te regenen. Shit! Snel pak ik de laatste dingen in en haal ik mijn regenkleding en regenhoes tevoorschijn. Dan maar geen yoga.
De betekenis van de zwijnen
Ingepakt begin ik aan mijn dag. De buien zijn echter kort, en ik kan mijn regenkleding algauw weer opbergen. De route blijft de kloof volgen, die steeds indrukwekkender wordt. Wederom loop ik hier weer in totale afzondering, ik kom geen levende ziel tegen. Waar zijn de wilde zwijnen die ’s nachts met tientallen om mijn tent scharrelen overdag? Waarom komen die dit jaar zo frequent bij mij buurten? Welke boodschap zit daarin gelegen?
Ik heb opgezocht wat de betekenis zou kunnen zijn van de wilde zwijnen. Het blijkt dat in veel culturen een wild zwijn een positieve associatie heeft. Ik citeer: “het is een krachtig totemdier dat je aanmoedigt moeilijke situaties aan te gaan, je instincten te volgen en de verbinding met de aarde te voelen”. Op een andere plek lees ik: “het zwijn moedigt je aan om je wortels te kennen, op je instincten te vertrouwen en door te wroeten je nieuwe groei te vinden. Het vertegenwoordigt het primitieve, krachtige overlevingsinstinct en de wijsheid die voortkomt uit het confronteren van de duisternis.” Hoe bijzonder! Vorig jaar zag of hoorde ik ze nergens, nu bezoeken ze me heel frequent. Ben ik er nu meer klaar voor? Ik geloof niet in toeval, ik geloof dat alles met een reden gebeurt.
Naar beneden
Na de kloof gaat de route een berg op via één van de rotswanden waar ik lange tijd zicht op had. Eenmaal boven, duikt de route weer steil naar beneden, wat eigenlijk nog veel zwaarder is dan bergopwaarts lopen. Als ik omhoog loop, heb ik grip op waar ik mijn voeten zet. Naar beneden lopen is een aanslag op mijn gewrichten en mijn voeten glijden regelmatig weg met de losse steentjes van het pad. Het is veel vermoeiender en belastend voor mijn lichaam.
Als ik eenmaal beneden ben aangekomen, zie ik nergens meer de routemarkering. Ik check mijn horloge en mijn telefoon. Beiden navigaties zeggen dat ik ingeveer 100m van de route ben verwijderd. Ik besluit af te snijden en zo rechtstreeks mogelijk naar de route te lopen, om weer op de route te komen. Om daar te komen, moet ik 100m door hoge begroeiing en struikgewas lopen, die vaak tot aan mijn schouders reikt. Het gaat heel moeizaam. De scherpe planten bijten zich vast in mijn kleding, tas en zelfs mijn stok.
Weggemaakte routemarkering
Eindelijk kom ik op een nauwelijks herkenbaar paadje en al snel word me duidelijk dat ik weer een oude, in onbruik geraakte route te pakken heb, die dus ook niet wordt onderhouden. Maarja, in teruglopen heb ik ook weinig zin, ik was immers de route al eerder kwijt, dus heb er weinig vertrouwen in dat ik die terugvind. Wat het belang is van onderhoud aan de route ervaar ik kort daarop. De uit de klauwen gegroeide planten links en rechts van het pad is nog mijn minste zorg. Het pad ligt echter vol met omgevallen bomen, takken en stammen, die het op sommige plekken bijna onmogelijk maken om doorheen te komen.
De oude witroodmarkering is hier grijs geverfd, om duidelijk te maken dat dit niet meer het pad is, maar ik heb op dit moment weinig alternatief. Het lijkt erop of er alles aan gedaan is om het pad zo onbegaanbaar mogelijk te maken, als een soort afschrikbeleid. Alle obstakels lijken moedwillig als versperring op het pad gegooid te zijn. Ik duw mijn rugzak voor me uit, klim over een gevalle boom heen, en wurm me in onmogelijke hoeken naar voren toe. Het voelt als een onbedoelde obstacle run waar ik ineens aan meedoe. Mijn knieën trillen in wild protest van de inspanning als ik mezelf aan rotsblokken omhoog trek. Mijn haar zit vol relikwieën uit de natuur en ik neem me voor straks mijn kleding en schoenen te ontdoen van alle takjes, steentjes, prikkels en andere zaken die zich daar hebben verzameld.
Even snikkeren
Na deze frustrerende periode, bereik ik uit het niets een hekje, zoals een veehek of tuinhek. Daarachter ligt een groot, overzichtelijk veld en een soort boerderij. Thank god, ik kan eindelijk even uitrusten en ontsnappen uit deze verstikkende jungle! Boven op de helling plof ik neer, uitpuffend van het recente avontuur. Ik neem de tijd om mijn kleding, schoenen en tas uit te kloppen en mezelf te trakteren op een snicker. ‘Even snikkeren’, maakte mijn jongste dochter er jaren eerder van, als we er allemaal even doorheen zaten en een mentale oppepper konden gebruiken.
Onverwacht gezelschap
Terwijl ik geniet van de zoete chocola, bekijk ik de kaart om me te oriënteren. Hoe loopt de route in godesnaam verder? Het lijkt wel dwars over het terrein van deze boerderij te lopen. ‘Buenos tardes!’ hoor ik ineens luid achter me. Ik schrik op, draai me om en zie een man vrolijk op me afkomen. Door de wind die hier over het open terrein waait, versta ik hem pas als hij bijna bij me is. Ik klop de graspollen van mijn bezwete lijf, en veeg vlug mijn mond af na de snicker. ‘Hoe ben jij hier nou beland?’ vraagt hij met een grote grijns. De man is mijn leeftijd, iets ouder misschien, en ziet er wat verfomfaaid uit, met vettige, zwarte piekharen die alle kanten op waaien en enkele ontbrekende tanden in zijn gebit. Zijn ogen zijn echter vol leven, met een ondeugende twinkeling. Ik voel me direct op mijn gemak. Als ik wijs naar het hekje dat ik net ben doorgekomen, en vertel over de gr7 die ik volg, gaat er een lichtje branden bij hem. ‘Oh de gr7, die ken ik! Wat sportief, dat zou ik nooit kunnen. Het enige wat ik nodig heb hier is marihuana en mijn dieren’ zegt de man, terwijl hij trots zijn hand over het terrein laat glijden, waar ik nu inderdaad dieren onderscheid. Schapen, paarden, geiten… ‘Heb je wat nodig? Kom, ik haal wat fruit, en water natuurlijk. Kom, dan laat ik de dieren zien. Heb je het niet koud? Zet die tas maar neer, neem pauze! Wauw, zo’n zware tas en zoveel wandelen, ik zou het niet kunnen. Madre Mia!’ fluit hij tussen zijn overgebleven tanden.
Opvangcentrum voor dieren
‘Dit is een opvangcentrum voor dieren die iets mankeren. We werken hier met vrijwilligers en verblijven om toerbeurten steeds een paar maanden hier, weg van de drukte en de stad. Enkel natuur en de dieren, dat is wat mij gelukkig maakt! De steden zijn me te druk, hier vind ik mijn rust’. Ik kan me er alles bij voorstellen. Ik ervaar het leven in de randstad ook in toenemende mate als te druk, en ik herken ook de rust die ik vind in de natuur. Ik neem het terrein in me op terwijl mijn nieuwe vriend binnen fruit en water voor me haalt. Nu pas zie ik de verschillende dierenverblijven, en de grote verscheidenheid aan dieren. Een dik bruin schaap stoot ineens tegen mijn been, en snuffelt nieuwsgierig aan me. Ik schrik, maar als ik de bruine rastaharen van deze grote goedzak zie, maakt de schrik plaats voor vertedering, en ik kriebel het schaap over zijn kop.
Een uitgeleide naar het vervolg van mijn route
‘We vangen de dieren op die afgedankt worden, of die niet goed genoeg zijn. Anders worden ze afgemaakt, maar hier hebben ze een goed leven’ legt de vrijwilliger uit terwijl hij met appels en mandarijnen naar buiten loopt. ‘De gr7 loopt daar weer verder, maar dan moet je door de dierenverblijven. Ik zal met je meelopen, om de dieren rustig te houden. Ze zijn angstig, snap je, veel van hen zijn getraumatiseerd. Als ik bij je blijf, dan blijven ze rustig.’ Hij neemt me mee door de hokken, terwijl hij de dieren aanwijst en benoemt. Paarden, koeien, ganzen, andere vogels, honden… We lopen richting de grote bergketen die de boerderij flankeert. Dankbaar voor deze bijzondere ontmoeting en het warme welkom neem ik afscheid met een hand en wederzijdse gelukwensen. Hij zwaait me uit als ik met een nieuwe fles water en hernieuwde motivatie de gr7 verder op wandel.
Verder over het verkeerde pad
Helaas loop ik nog altijd op het oude, in onbruik geraakte pad. En de toestand van het pad wordt van kwaad tot erger, kom ik al snel achter. Het pad vanaf de boerderij loopt als het ware ‘dood’ tegen een rotswand aan. De weg gaat wel verder naar rechts, langs de rotswand, maar mijn route geeft duidelijk aan dat ik rechtdoor moet, óver de rotswand heen. Een beetje in de war check ik nog eens of ik het wel goed zie. Op de berg kan ik inderdaad een smal, zeer steil paadje ontwaren, niet meer dan een wildpad. Ik neem een diepe teug adem en spreek mezelf toe. ‘Er zit niets anders op. Met dit bijltje heb ik wel vaker gehakt, dus let’s go!’. Met een kleine aanloop om wat momentum te creëren, stiefel ik het paadje op, enigszins naar voren gebogen om te voorkomen dat het gewicht van mijn tas mij achterover trekt.
Botten op het plateau
Ik volg het rotspad verder bergopwaarts, dat op sommige plekken nauwelijks te onderscheiden is van de rest van de omgeving. Soms loop ik op goed geluk maar verder omhoog, over rotsen en stammen heen klimmend. Tot ik op een soort stenen richel kom, met links van me een verticale rotswand waar ik onmogelijk omhoog kan komen, tenzij ik zou bergklimmen. Rechts van me is een steile afgrond. Het smalle plateau waar ik op sta, loopt naar mijn smaak veel te schuin naar beneden. Één uitglijder, en ik lig onderaan de berg. Mijn hart klop in mijn keel, dit is echt doodeng! Wat niet meehelpt, is dat ik de richel bezaaid zie liggen met botten. Blijkbaar zijn er dierenlijken naar beneden gevallen en hier de afgelopen jaren verder verteerd. Een morbide setting. Toch moet ik een weg naar boven zoeken, en klim ik op grote rotsblokken die me uiteindelijk langs de steile rotswand over de bergtop heen helpen.
Waar is Wally
Opgelucht haal ik weer adem, terwijl mijn handen nog trillen van de spanning. Ik heb het overleefd! Ik ben weer op veilig terrein! Hier loop ik op een vlak bergplateau, en volg nu een groen-wit markering. Hoe verzin je het, dat je groen-wit gebruikt in de natuur waar het overal groen is. Een soort Waar is Wally. Tot mijn vreugde loop ik gelukkig al vrij snel weer op het goede, nieuwe pad van de gr7. Hier in het open terrein heeft de krachtige wind weer vat op me, en zorgt daarmee voor een nieuwe uitdaging door een aantal keer mijn pet van mijn hoofd te blazen. Met deze wind is het onmogelijk om mijn tent op te zetten. Inmiddels passeer ik bijna de 1000m grens, en volg ik de gr7 een poosje slingerend omlaag, om daarna al snel opnieuw omhoog te gaan.
De regen komt dichterbij
Gezien het tijdstip en de gemaakte kilometers, wil ik een kampeerplek vinden. Ik speur de kaart af op zoek naar geschikte plekjes en zet mijn zinnen op een huisje met een ruïne op de kaart. Mogelijk kan de ruïne wat beschutting geven tegen de wind. Maar tot die tijd loop ik nog steeds omhoog, met naast me het uitzicht over het dal en de bergen waar ik eerder die dag overheen ben geklommen. Het is een schitterend gezicht, vooral als de wolken boven het dal hun regen loslaten, die als een subtiele neveldouche over de vallei eronder valt. De zon schijnt tegelijkertijd ook nog een beetje, en ik stond nog altijd droog, terwijl de regen langzaam naar me toe beweegt. Een prachtig gezicht. Snel pak ik ook mijn regenjas, die ook helpt tegen de kou, want op deze hoogte en met de straffe wind koel ik behoorlijk af nu.
Eind goed, al goed
Als de regen mij bereikt, vind ik het pad dat van de route afbuigt, richting de ruïne. Helaas ligt de grond rondom het huisje en de ruïne bezaaid met brokstukken, en is het terrein nog steeds blootgesteld aan de wind. Maar iets verderop valt mijn oog op een lager gelegen veldje met wat olijfbomen, die zowel uit het zicht ligt, maar, nog belangrijker: uit de wind! Dit is een meevaller die ik absoluut niet meer had verwacht, en intens dankbaar zet ik mijn tentje op, waar ik direct in kruip. Met extra warme kleding geniet ik van mijn premium spot en het ‘eind goed, al goed’ gevoel dat me kan vervullen na een dag vol avontuur in mijn eentje. Ik heb het niet alleen koud door de vermoeidheid en de honger. Het werd écht koud die nacht.




