Spanje, Trektochten

Spanje gr7 dag 18 / 47 Bolbaite – Teresa de Cofrentes

e4 e7 gr7 spanje valencia hiken trektocht solotocht vrouw alleen op reis pad wandelen lange afstand wandeling reizen avontuur backpacken wildernis binnenland koud vorst wind water rantsoen planning bron planning trail provides synchroniciteit klein nietig wildernis dieren herten reeen zwijnen wild geiten water dorst wildkamperen tent

Koude, maanverlichte nachten

De nacht is koud, ik lig als een mummy met mijn buff over mijn hoofd en een paar lagen kleding aan in mijn slaapzak, maar het blijft koud. Mijn zomerslaapzak heeft zijn maximum bereik gehaald, en voor het eerst deze tocht heb ik het onaangenaam koud ’s nachts. Deze nacht besef ik meer dan anders hoe diep ik in de uitgestrekte natuur van het Spaanse binnenland ben. Zo ver weg van de beschaving. Als ik net in mijn tentje lig, hoor ik vlakbij een ree blaffen. Ik schrik even, maar blijf gefascineerd luisteren. Niet zij zijn de vreemden hier, maar ik, als menspersoon midden in hun territorium. Hij blaft nogmaals, en ik hoor de hoeven afzetten in de grond. Overal om me heen, zowel dichtbij als ver weg, hoor ik dat de kudde gehoor geeft aan de roep van deze ree: ze verzamelen zich, weg van mijn tent.

Op mijn plek gezet

Het is indrukwekkend en maakt me nederig. Het zet me op mijn plek als mens, als klein onderdeel van het grotere geheel. Hier zijn de dieren de baas en mensen vreemd, onbekend. Ook deze nacht hoor ik zwijnen, maar gelukkig op veilige afstand. En voor het eerst deze tocht kan ik erbij ontspannen. Ik doezel weg in een lichte slaap. ’s Nachts wint mijn volle blaas het van de kou, en moet ik er toch even echt even uit. Het is nacht, maar de maan schijnt in zijn volle glorie fel over het land. Het is ijzig koud maar ook prachtig, in het licht van de maan.

Vorst aan de grond

De volgende ochtend zie ik hier en daar rijp op de lage begroeiing. Nachtvorst aan de grond dus. Ik word wakker met een magnifiek uitzicht op de opkomende zon, die mij dan ook al vroeg wekt. De yoga sla ik over, daar is het echt veel te koud voor, mijn handen zijn bevroren. Ik probeer mezelf warm te bewegen, de stijfheid uit mijn gewrichten te krijgen als ik mezelf klaarmaak voor vertrek. Nog eenmaal kijk ik achterom naar mijn fijne, veilige kampeerplek zo diep weg van alles en iedereen. “Dankjewel, voor het veilige onderkomen”, zeg ik voordat ik weg loop. Intussen is het mijn gewoonte om de plek, het Universum, Moeder Natuur, God of hoe je het ook wilt noemen te bedanken voor veilige nachten. Tijdens mijn tochten ervaar ik de kwetsbaarheid en nietigheid van ons bestaan, waar vanzelfsprekendheid niet meer bestaat en ik niets voor lief neem.

Groene golven

Het duurt nog tot 11u voor ik eindelijk weer een beetje warm word. De harde wind van gisteren is er nog steeds, afhankelijk van waar ik loop. Soms beschermt de berg me tegen de wind, op andere plekken beukt de wind me er bijna vanaf. De route gaat eerst verder omhoog, om vervolgens een tijdlang relatief vlak te lopen over een breed grindpad. Wat een opluchting en contrast met de vorige dag! Het pad is goed begaanbaar en heeft weinig hoogtemeters. Het landschap blijft hetzelfde en weinig afwisselend, met veel naaldbossen die de herhalende bergen vullen. Als groene golven in een bomenoceaan, wisselen de bergen elkaar af. Hier en daar hebben de bergen steile rotswanden halverwege of bovenaan de bergen. Het gebied is ontzagwekkend weids en uitgestrekt, met naar alle kanten toe alleen maar de stompe bergruggen en groene naaldbossen. Geen wegen, geen huizen, geen enkel teken van beschaving. Op sommige momenten kan ik de zee zien, waar ik nu relatief bij in de buurt loop. Grandioos!

Geiten

Van de 3,5 liter water die ik gister had meegenomen, is nu minder dan 2l over. Dat is weinig om zowel vandaag als morgen mee te moeten doen. Het scheelt dat het niet meer zo warm is en ik relatief weinig hoef te drinken, maar alsnog moet ik goed rantsoeneren in het geval ik geen water meer tegenkom. Op de kaart heb ik een bron aangegeven gezien, maar het is vaker voorgekomen dat bronnen en rivieren droog staan, dus kan ik er niet op rekenen. Dat betekent heel zuinig doen met mijn watervoorraad. Van alles wat ik bij me heb, is water het allerbelangrijkste. Het pad kronkelt verder door de groene heuvels, en na een paar uur hoor ik bellen: vee! Naarmate ik dichterbij kom zie ik een kudde witte geiten, verspreid over de omgeving. Nergens zie ik een boer of een herder, of iets van een boerderij. Maar waar geiten zijn, moet toch ook water in de buurt zijn? Ik probeer te ontdekken of er ergens een bron is, maar kom niks tegen. Ook het landschap en de vegetatie laten geen tekenen van water zien. Teleurgesteld loop ik verder, hoewel de geitjes wel een gezellige afwisseling op mijn pad zijn.

Water rantsoeneren

De route gaat verder, langzaam stijgend tot een splitsing van wegen, hoewel ik nergens een auto of andere tekenen van beschaving zie. Na de middag kom ik aan bij de bron, en hallelujah, hij stroomt! Vers bergwater kabbelt uit een onzichtbare bron uit de berg. Wat een godsgeschenk! Dolgelukkig vul ik mijn 2 flessen en drink terplekke zoveel als een kameel. Ik ben in mijn nopjes, want nu heb ik sowieso genoeg tot aan Cortes de Pallas, waar ik morgen zal aankomen. Soms begrijp ik niet hoe dit soort trails zijn bedacht om uit te voeren. De enige mogelijkheden qua overnachten is wildkamperen, en dan nóg vergt het veel plannen en uitdenken van de route. Water is nergens een garantie. Geen wonder dat er maar heel weinig mensen zijn die deze route lopen.

Koesteren in de laatste zon

Met heel wat kilo’s zwaarder loop ik vol vertrouwen verder de berg op. Na de volgende afdaling ga ik een kampeerplek zoeken, neem ik mezelf voor, want ik heb geen zin in weer een hele lange dag. Dan ga ik de dag erna zoeken naar een rustdag ergens. Na de afdaling bereik ik een dal met een ruïne, waar ik de rest van de middag lekker niks doe. Chillen, genieten van de warme zon, schrijven, lezen, thee drinken (hoera voor voldoende water!) en verder niets.

Zo half oktober hier in de bergen verliest de zon snel haar kracht en warmte, en is elke zonnestraal een welkome warme streling. Zodra de zon achter de bergen is, koelt het snel af. Elke dag komt dat moment eerder. Vorig jaar liep ik eerder in het jaar, en kon ik de avonden nog weleens buiten doorbrengen. Nu merk ik dat het algauw te koud is, en ik liefst mijn tent in duik om de warmte op te zoeken. Warm in mijn nestje kijk ik nog een gedownloade serie op mijn telefoon en lees mijn boek uit. Ik ben zo dankbaar voor de bron die ik vanmiddag vond, omdat ik mezelf daardoor kan trakteren op een hete kop thee.