Spanje, Trektochten

Spanje gr7 dag 21 / 50 Cortes de Pallas – Venta de Gaeta – Tabarla

tabarla venta de gaeta gr7 spanje hiken trail wandelen lange afstand backpacken kamperen wildkamperen wild zwijn wilde dieren slecht begaanbaar pad solotocht vrouw alleen op reis vermoeidheid natuur avontuur

Vanmorgen ben ik vroeg opgestaan, begonnen met wat yoga en heb daarna een laatste douche genomen. Mijn zware tas is ingepakt en hangt weer op mijn rug, terwijl ik de eerste stappen zet op mijn hervatte tocht. De eerste kilometers gaan over de doorgaande weg, die verder om het stuwmeer heen gaat, en daarna de weg tussen de heuvels door omhoog slingert, steil omhoog.

Door de geul

Al de hele dag gaat de route over los grind en stenen. Het mag de naam pad niet eens dragen. Waar ik in loop is een uitgesleten geul van snelstromend regenwater die watervallen en diepe sporen in het landschap heeft getrokken door de tijd heen. In die geul zijn allerlei steentjes, takken en andere elementen verzameld, waardoor mijn voeten constant wegglijden. Ik kan ze niet goed neerzetten, de geul is te smal en te diep om ze naast elkaar te plaatsen, en met elke stap moet ik eerst mijn balans hervinden. Meerdere keren verlies ik mijn evenwicht, struikel ik en kan ik ternauwernood een val voorkomen. De geul is intussen ook behoorlijk begroeid. Nog niet zo erg als wat ik soms in Andalusië tegenkwam, maar alsnog vertraagd het mijn tempo aanzienlijk. Het is ploeteren en doodvermoeiend.

“Hier rechts afslaan”

In Valencia worden er geen concessies gedaan met het pad. Het is vaak steil omhoog of omlaag, en weinig ertussen. Meteen stroomt het zweet over mijn rug en is de herinnering aan de douche alweer ver weg. Het is alsof de routemaker zich er makkelijk vanaf wilde maken door te denken ‘hier rechts afslaan’ en simpelweg een rechte streep omhoog of omlaag een berg op heeft getrokken. Niks geen leuke slingerpaadjes of haarspeldbochten, gewoon rechtdoor omhoog, soms in een hoek van 60 graden waar ik mijn handen en voeten nodig heb om te klimmen. Mijn kuiten voelen stijf, mijn enkels en voeten voelen gevoelig. De rustdag heeft dit niet kunnen wegnemen.

Gelukkig blijf ik een prachtig uitzicht over het meer houden, terwijl de wolken zich samenpakken naarmate ik verder het pad omhoog klim. De lucht ziet er dreigend uit en voorspeld weinig goeds. Een tijdje loop ik door een bosrijker gebied. Na een poos te hebben geklommen, daalt het pad weer net zo steil naar beneden, in de richting van het dorp. Wat een rotpad! Ook mijn tenen stoot ik vaker dan me lief is tegen stenen en boomwortels, wat ze gevoelig en pijnlijk maakt. Ik ben van plan naar een Area Recreativa te lopen. Daar is het vaak vlak, met picknicktafels en soms ook stromend water. Hopelijk kan ik daar kamperen.

Weer een wild zwijn

Ineens kruist een wild zwijn mijn pad. Het gigantische ruwharige beest flitst op zo’n 10 meter afstand van me voorbij, maar de grote slagtanden zijn niet te missen, net als zijn kolossale formaat. Even sta ik aan de grond genageld: hij boezemt me angst en ontzag in. Zijn dit de beesten die mij al meerdere keren hebben bezocht ’s nachts? Ik ril en voel me een beetje misselijk als ik mijn kwetsbaarheid besef. Kort daarop passeer ik een steenbok. Hij schrikt van mij, maar ik had hem nog helemaal niet gezien. Pas als hij wegrent naar een hogere plek, krijg ik hem in het vizier. Hij blijft op een uitstekende rotspunt poseren, maar ik ben te laat om er een foto van te maken. Wat een prachtig plaatje!

Een Oase in de wildernis

Halverwege de route kom ik bij een gehucht met één wegrestaurant dat de hele regio bedient. Venta de Gaeta heb ik zien staan in reisverslagen van anderen vóór mij, en is mijn oase in de verdere dorre omgeving. Ik bestel wat eten (“doe maar iets met eieren en vlees”) om de eiwitten aan te vullen. Ik krijg een bord met gebakken eieren, aardappels en wat vlees in een flinke portie jus, heerlijke wandelkost. Vanavond zal ik het moeten doen met brood. Ik geniet, reken een schappelijk bedrag af wat me bijna blut achterlaat en vervolg met een beter gemoed de rest van mijn tocht.

Graadje erger

Vanaf Venta de Gaeta wordt het pad moeilijk, heel moeilijk. De berg af is een ware verschrikking. Ik herinner me maar weinig van de omgeving, maar heb nog steeds pijn in mijn voeten en enkels. Over de laatste kilometer heb ik iets van 1,5 uur gedaan. Meermaals brak ik bijna mijn nek, omdat ik zoveel struikelde en weggleed. Ik schreeuwde en vloekte van frustratie! De vele wilde dieren die ik onderweg tegenkom zijn de pijnverzachters op de route. Ze leiden mijn aandacht even af en vervullen me met verwondering en ontzag.

Tabarla, een stukje hemel op aarde

Eindelijk kom ik aan bij de picknickplek, Tabarla, een prachtplek voor wildkamperen. Een groot, vlak terrein met diverse picknicktafels, een overdekte ruimte met tafels, en een klaterend beekje iets verder heuvelafwaarts, met idyllische groene begroeiing eromheen. Het is een plek die bijvoorbeeld gebruikt wordt door schoolkampen. Hoewel mijn aanvankelijke plan was om verder te lopen, besluit ik hier te blijven. Deze prachtplek kan ik niet negeren.

Dit is misschien wel de mooiste plek die ik ooit ben tegengekomen. Midden in het bos, met zachte, vlakke grond waar de zon op verschillende plekken haar stralen laat vallen maar de wind wordt weggehouden door de omringende bergen. Mijn lichaam is moe, van het veeleisende pad. Ik besluit de genieten van de extra tijd, me te warmen in de laatste zonnestralen en op mijn gemak wat te eten straks. Dit soort terrein zijn de kersen op de taart, het is heerlijk om rechtop te kunnen zitten en een overdekt toevluchtsoord te hebben mocht er noodweer komen. Het beekje lonkt, ik zoek een grote, platte steen op waar ik met mijn e-reader geniet van de serene stilte. De luxe van eenvoud.

Let’s call it a day

Hoe weinig heb ik daadwerkelijk nodig om gelukkig te zijn. Hoewel eenzaamheid bij tijd en wijlen pijn kan doen en kan schuren, kan deze pijn tegelijkertijd soms ook prettig voelen. Een besef van onlosmakelijke verbondenheid met alles om me heen. Een herinnering aan de wederzijdse afhankelijkheid die mijn trots en arrogantie temperen, en me achterlaten in een nederig respect en verlangen naar ‘de ander’. Op mijn gemak zoek ik een plek voor mijn tent. In het open terrein of onder de afdak? Ik kies voor de zachte bosgrond.