Spanje gr7 dag 10+11 / 39+40 Venta Roman – el Pinoso
Gegijzeld door de wind
Rond middernacht zwelt de wind aan, die als enorme golven over het land rolt. Ik hoorde de vlagen al aankomen: zich in kracht opbouwend, hoger tegen de helling, om vervolgens met een donderend geraas naar beneden te rollen, als een lawine die in kracht toeneemt, en uiteindelijk over en tegen mijn tentje beukt. Iedere keer schrik ik zo erg van de klap, en ben ik bang dat de woeste wind mijn stokken als twijgjes zal breken. Ik wist wat het risico was om mijn tent zo bloot te stellen aan de elementen, en nu betaal ik de prijs. Ongenadig word ik afgeranseld door de wind, die mijn tentje keer na keer probeert kapot te beuken. Ik overweeg mijn opties. Zo te horen blijft de wind in zijn kracht redelijk constant, er was geen sprake van een storm. Het is slechts het lege, kale landschap waar wind en erosie vrij spel hebben en door niks gehinderd worden, en het landschap hier langzaam maar zeker helemaal uithollen. In Slovenië heeft mijn tentje ook de nodige onweersbuien doorstaan met heel harde windvlagen. En als ik nu ga opbreken, wat dan? Het opbreken zal op zichzelf al lastig zijn. Maar als ik zo vroeg al ga lopen, kom ik in el Pinoso aan als alles nog dicht is. Nee, daar heb ik niks aan. Ik besluit mijn tijd uit te zitten en te wachten tot de ochtend. Niet slapen, maar wel soezen en rusten. Ik voel mijn benen nu al verbeteren, zelfs zonder slaap.
Tijd voor ontbijt
De windvlagen houden aan tot een uur of half 7, waarna ik besluit op te staan en op te breken. Tegen mijn zin in, want ik ben nog zo moe! Omdat de wind nog zo krachtig is, besluit ik pas later op de ochtend ergens te eten, als ik meer beschutting vind. Dat laat nog lang op zich wachten, de wind houdt de hele dag aan. Tegen een soort dijkje, met mijn tas als gedeeltelijke beschutting, kook ik later wat water voor de havermout en mijn koffie. Ondertussen komt de zon op en zet ik mijn tocht voort, met oordopjes en de top2000 in. Ik zing hard mee met de bekende nummers, een voordeel van lege trails en eenzame paden.
De grens tussen Murcia en Valencia
Een poos later pauzeer ik nogmaals om mijn brood te eten. Daarna is het nog een uurtje lopen tot el Pinoso, waarbij ik opnieuw een mijlpaal passeer: de grens tussen Murcia en Valencia! Ik laat Murcia achter me, en ga de derde provincie in Spanje in, zo tof! En spannend, want ik heb begrepen en gezien dat Valencia heel dunbevolkt is en stukken heeft op de gr7 waarbij ik dagen zonder dorpen zal lopen. Dat vraagt de nodige voorbereiding en goede planning.
El Pinoso
El Pinoso is groter dan ik dacht. Ik boek een kamer voor €36, een zeer basic kamer zonder raam of uitzicht, maar gelukkig met bedden die lang genoeg zijn voor mijn vermoeide lijf. Ik neem een douche, was mijn kleren en duik mijn bed in. Na deze siësta zoek ik de zon weer op om even te schrijven op een terras en te genieten van een van de bekende wijntjes uit deze streek (Bodega) en te chillen. Dit is genieten zo! Er zit een normale supermarkt met voldoende verse producten, wat voor een hiker héél fijn is. Er zitten ook een paar barretjes, waar ik er één van kies om lekker van de zon te genieten, van de wijn en de tijd neem om te schrijven.
Nederlandse enclave
Als ik hier zit, hoor ik ineens Nederlanders achter me. Een Nederlands stel. Ze zitten ook overal. Als er kort daarna nog een Nederlands stel aanschuift, krijgen deze stellen elkaar al gauw in de gaten, en schuiven gezellig aan. Ik ben onbedoeld toehoorder van al hun gesprekken. Het blijkt hier een populaire bestemming om naartoe te emigreren voor Nederlanders. Het ene stel is net hierheen verhuisd, het andere stel is momenteel aan het zoeken in de regio. Ze wisselen hun ervaringen en tips uit. het voelt maf om ineens in zo’n gehucht in een Nederlandse enclave te zijn. Toch kan ik het me heel goed voorstellen dat mensen overwinteren in dit zonnige zuiden. De zon op je huid en het buitenleven maken zoveel verschil voor je hele stemming en gemoed. Ik heb in toenemende mate last van winterdepressies, en het maakt veel verschil als ik deze maand hier in Spanje loop en op die manier nog zonuren maak. Een soort preventieve antidepressiva aan het begin van de winter.
Rustdag
Een rustdag. Dat komt neer op zoveel mogelijk kleding wassen, alle apparaten maximaal opladen, mijn rugzak opnieuw inpakken en herorganiseren, overtollige dingen eruit halen en weggooien, mijn slaapzak luchten, extra lang yoga doen, uitslapen, weinig stappen maken, mijn knieën veelvuldig insmeren met gewrichtsgel, heel veel gebruik maken van wifi door muziek, yoga en documentaires te downloaden, foto’s te uploaden, etc. Ik ga af en toe naar buiten, om op een bankje in de zon mijn lunch te eten. Ik slenter door de straatjes van het stille dorp, bekijk op mijn gemak langslopende schoolkinderen en breng veel tijd lezend door. Ook kijk ik wat documentaires nu ik gebruik kan maken van wifi en stroom.
De laatste voorbereidingen
Verder werk ik de planning en voorbereiding voor de komende dagen goed uit. Ik bekijk waar de waterpunten op de route liggen, wat optionele kampeerplekken lijken te zijn op basis van de omgeving en landschapselementen, en waar ik kan herbevoorraden. Dat laatste vind ik veruit het spannendst. Vanaf Bocairent ga ik echt van de radar, met zeker weten één waterpunt, en daarna 70km zonder zekerheid van water. Dat is midden in de wildernis, waarschijnlijk zonder bereik en met héél veel hoogtemeters. Ik zal mijn adventure food moeten aanspreken en verder leven op havermout en wraps. Vanavond eet ik nog lekker een verse salade en yoghurt, om de nodige vitamines en mineralen binnen te krijgen. Daarna ga ik vroeg naar bed, om ook vroeg op te kunnen staan. Ik heb nu alweer zin om op pad te gaan! Wat ik kan, heb ik voorbereid. In Elda doe ik misschien nog een hostal, daarna wordt het voorlopig kamperen. Een spannende week ga ik tegemoet!




