Spanje gr7 dag 27 / 56 Bejis – Montanejos
Klaar voor de laatste wandeldag van 2024 op de gr7
Ondanks de vermoeiende dag die ik achter de rug heb, val ik moeilijk in slaap. Ik heb mijn tas al zoveel mogelijk ingepakt en klaargezet om snel te kunnen vertrekken. De volgende ochtend word ik met honger wakker en eet ik gulzig mijn havermout op. De hikershonger is ondanks de gebakken eieren op brood nog altijd sterk aanwezig. Al vóór 8u loop ik mijn appartement uit, op weg naar Montan of Montanejos (dat bepaal ik pas later vandaag). Mijn uitgespoelde kleding heb ik uiteindelijk droog gekregen door ze op de verwarming te leggen en die aan te zetten. Gelukkig maar, want het is ronduit koud buiten. Variërend met gevoelstemperaturen tussen de 0 en 8 graden.
De laatste beslissing
Vandaag sta ik voor de keuze: ga ik naar Montán, op ruim 30km afstand, maar zonder accommodatie, waardoor ik dus de laatste nacht weer moet wildkamperen? Of loop ik door naar Montanejos, op ruim 40km afstand, maar met de zekerheid van een hostal? Het is nog te vroeg om te beslissen en ik stel de afweging daarom uit tot het moment dat ik letterlijk op de splitsing zal aankomen. Intussen heb ik wel geleerd dat ik stap voor stap moet nemen, en niet teveel vooruit moet plannen. Het gebied om Bejis heen is nog steeds zwaar aangetast door de bosbranden, en ik loop kilometers lang door troosteloos, dood bos. Door er nu lopend doorheen te trekken, ervaar ik de immensiteit van de brand. Zóveel land dat verloren is gegaan, opgegaan in de vlammen. Urenlang passeer ik verkoolde stammen. Het is niet voor te stellen hoe beangstigend dat moet zijn geweest voor de inwoners hier. Sommige percelen zijn gekapt, waardoor er stapels boomstammen langs het pad liggen, die hoge, donkere muren vormen waar ik langs loop. De sombere dag vol bewolking maakt de sfeer nog troostelozer en doodser. Vandaag loop ik ook in de buurt van een treinspoor, die ook naar Valencia doorloopt. De bedoeling is dat ik met de trein naar Valencia reis morgen, maar vandaag kom ik geen enkele trein tegen. Ik hoop maar dat er morgen wél treinen rijden.
Nog één laatste beproeving
Het regent vandaag de hele dag. Met mijn regenkleding aan en mijn capuchon op, wordt de wereld om mij heen klein en donker. Het geroffel van de druppels op mijn hoofd is vermoeiend. Op sommige stukken is het pad in een modderstroom veranderd, en het voortdurende klimmen en dalen vragen al mijn aandacht. De rotsen waar ik mijn weg over zoek, zijn nat en glibberig. Ik probeer echter mijn tempo hoog te houden, want ik wil zo snel mogelijk aankomen op de plaats van bestemming. Het pad is lang en vermoeiend. Aan het begin van de dag passeer ik twee jagers, hun geweren nonchalant rustend op hun schouders. Ze klagen over het weer. Het is inderdaad bizar slecht voor Spaanse begrippen. In Nederland is het momenteel zonnig en warmer dan hier, een gek idee. Het is alsof deze laatste wandeletappe me nog één keer flink op de proef wil stellen. Fysiek én mentaal. Zowel met de afstand, als met de hoogtemeters en de constante regen.
Mas de Noguera
Maar ik zit goed in de wedstrijd. Waar het pad het toelaat, versnel ik mijn pas, wetende dat ik mijn tijd nodig zal hebben. Als ik rond de 20km heb gelopen, kom ik aan bij albergue ‘Mas de Noguera’. Ik besluit even naar binnen te gaan, om me op te warmen en even droog te zitten. Misschien kan ik hier wat soep krijgen. Ik word liefdevol ontvangen door vrouwen die zo te zien druk bezig zijn met voorbereidingen voor een lunch van een grote groep mensen. Ik krijg een plek toegewezen waar ik niet teveel rotzooi maak met mijn natte tas en kleding, en een glas kruidenthee ingeschonken. De vrouwen zijn zo lief, ze leven met me mee, in dit weer, en het lopen in deze omstandigheden. Ze proberen me over te halen om te blijven, verleiden me met de belofte van een warm bed, een comfortabele maaltijd en om morgen de trein naar Valencia te nemen. Even kom ik in de verleiding. Ik voelde mijn gezicht gloeien door de overgang van de koude regen naar de warme herberg. De warme woorden van de vrouw maken me bijna aan het huilen en ik voel me terplekke veranderen in een klein, kwetsbaar kind.
Op de helft
Gelukkig roept mijn verstand me net op tijd tot de orde. Want als ik hier zou blijven, moet ik morgen nog 8km teruglopen naar Cadiez, een gehucht waar ik eerder vandaag al langs ben gelopen. Dat zou betekenen dat ik me morgen moet haasten om de trein te halen. De angst om de trein te missen is te groot om het risico te nemen. Bovendien, ik twijfel of die treinen hier wel rijden: vandaag heb ik er nog geen één gezien. Nee, dat vind ik te risicovol. Terplekke maak ik een besluit: ik loop vandaag naar Montanejos. Dat betekent dat ik nu ongeveer op de helft van de tocht zit. Met een goede kans dat ik in het donker pas zal aankomen, maar dat verkies ik boven het alternatief van wildkamperen in de kou en de regen, met de consequentie dat ik alles nat de bus en het vliegtuig in moet nemen.
Door de jungle
Na de hartversterkende thee spoel ik mijn glas om in de spoelkeuken en hijs mezelf weer in het regenplastic. De plavuizen laat ik achter met een spoor van modderige druppels, mezelf in stilte verexcuserend voor deze rommel. De laatste kilometers, ruim 22, heb ik nog voor de boeg. Volgens de bordjes is het nog ruim 6u lopen naar Montanejos, en het is nu rond 13u. Ik hoop maar dat het meevalt. Al snel na het vertrek bij de herberg moet ik een enorm steil pad beklimmen. Met alle wolken om me heen, waan ik mezelf eerder in een tropisch regenwoud dan in Spanje. Het landschap is weelderig groen en de laaghangende wolkenflarden geven de omgeving een mystiek tintje.
Sneeuwwitje
Ineens zie ik een appelboom op mijn pad, met schitterende Sneeuwwitje appels, die felrood en begeerlijk glanzend afsteken tegen de groene achtergrond. Er is verder geen enkele andere fruitboom te bekennen. Wat een wonder om deze boom hier aan te treffen. Ik bedank de natuur voor deze onverwachte gulle gift, en pluk 3 perfect rode appeltjes, waarvan ik er één terplekke staand opeet. Nu gaan zitten of pauzeren is met de regen en natte omgeving ronduit onaantrekkelijk. Met stilstaan koel ik bovendien al gauw af. De klim gaat verder, en ik hijg als een karrepaard. Het zweet kan echter geen kant op onder mijn regenkleding, en verzamelt zich in straaltjes over mijn lichaam, waardoor ik langzaam van binnen net zo vochtig wordt als de buitenkant van mijn regenkleding.
Goed doel aan mijn tocht koppelen?
Ik leid mezelf afwisselend af met muziek, waarmee ik zoveel mogelijk meezing – als ik tenminste voldoende adem heb -, en op andere momenten luister ik podcasts, waaronder een aflevering over ‘the barefoot dutchman’, een Nederlander die op blote voeten 3000km door Australië liep om geld op te halen voor het goede doel. Inspirerend en ook herkenbaar als hij spreekt over de verschillende emoties die hij op zijn tocht had. Het zet me ook aan het denken: kan ik een doel of intentie aan mijn tocht koppelen? En welke dan? Het is iets om over na te denken. Het luisteren naar andermans stemmen helpt me om door te lopen, om me over te geven aan de bewegingen van mijn lichaam, die het werk doet. Tweemaal pauzeer ik onder een afdakje en in een leegstaand huis. Maar stil staan betekent koud worden, dus pauzeer ik zo kort mogelijk, om vervolgens mijn lichaam weer in beweging te zetten om warm te worden.
Genieten van de omgeving
Pas vlak voordat ik Montanejos bereik, krijg ik af en toe wat meer uitzicht. En als ik dan door een gat in de wolken kijk, treft me een waanzinnige omgeving, vol steile kliffen en roodbruine rotswanden die steil de diepte in steken. Het is adembenemend mooi, zelfs met de flinke bewolking. De afgronden bevinden zich ook vlak naast mijn pad. Mijn god, dit is geen pad voor iemand met hoogtevrees! Mijn maag draait om als ik probeer de peilloze diepte naast me in te kijken. Ik zie twee steenbokken op hun gemak over de rotswanden scharrelen, niet onder de indruk van de kliffen. Nieuwsgierig blijven ze stilletje naar me kijken, terwijl ik mijn weg voorzichtig zoek. Het is hier echt fenomenaal! Het stel dat ik gisteren tegenkwam had me al gezegd dat dit een hele mooie omgeving is, met een meer en warmwaterbron, waar de lokale bewoners graag zwemmen in de zomer. Wat jammer dat het nu zulk slecht weer is, en ik maar een deel van de schoonheid kan waarnemen. Ik neem me voor hier volgend jaar naar terug te gaan, bij de start van mijn tocht. En aan de andere kant herinner ik mezelf: neem de dingen zoals ze zijn. Dit is hoe het nu is. Verlang niet naar beter. De omstandigheden kun je nu eenmaal niet afdwingen.
Ik ben er bijna!
Het wordt al donker als ik verder loop. De steile rotswand verruil ik voor een veiliger en comfortabeler pad door meer bosrijk gebied. Hier halen de stroompjes van regenwater me links en rechts in, terwijl ik mijn weg in het afnemende daglicht naar beneden zoek. Door de bomen heen vang ik de eerste lichtjes op van wat Montanejos moet zijn. Ik ben er bijna! Intussen is het al 18u. het dorp ligt diep tussen de kliffen, wat betekent dat ik nog een flink eind moet afdalen om er te komen. Ik dwing mezelf om mijn aandacht erbij te houden om ongelukken op de valreep te vermijden. Aan het einde van zo’n onderneming kunnen mensen overmoedig raken en juist op die momenten liggen blessures en ongelukken op de loer. Uiteindelijk, rond 18.30u stap ik het hostal binnen, en check ik in voor mijn laatste nacht op de route. Opgelucht, trots, doodmoe, zeiknat en verkleumd. Op de kamer pak ik mijn spullen uit. Zelfs door mijn regenhoes heen is mijn kleding klam geworden in mijn tas. Niks aan te doen. Ik ben dankbaar dat ik ze nu kan uithangen, en de nacht kan gebruiken om droog en comfortabel op te warmen. Het blijft wederom aan één stuk door regenen.
Het is klaar
Ik neem een warme douche, kleed me warm aan en zoek een plek in de stad om een hapje te eten. Bij een kleine eettent, waar ik veel te veel betaal voor een klein stukje zalm, gun ik mezelf de tijd om te wennen aan het idee dat mijn tocht er op zit. Niet meer wandelen, geen kilometers maken. Enkel nog terugreizen naar Valencia en in het vliegtuig stappen. Het voelt plotseling, en abrupt. Onwerkelijk. Die nacht lig ik vooral te luisteren naar de regen, die onophoudelijk met bakken uit de hemel blijft vallen.




