Spanje gr7 dag 26 / 55 Andilla – Arteas de Abajo – Bejis
40mm regen in één nacht
Het is ochtend en ik wil mijn ontbijtje koken, maar durf de tent niet open te doen uit angst dat de wind eronder slaat en hem als een parachute mee omhoog neemt. Om die reden besluit ik in mijn tent te koken. Risicovol, want tentdoek is extreem ontvlambaar. Maar het gaat. Een grote bak havermout en de laatste koffie die ik heb.
Daarna ga ik op pad, richting Bejis, waar ik rond 12u hoop aan te komen. Eenmaal onderweg besef ik al snel dat die streeftijd wat optimistisch is: de paden zijn door de regenval vannacht veranderd in rivieren. De gortdroge grond kan de grote hoeveelheid water die vannacht in één klap naar beneden is gekomen niet opnemen, en de regen spoelt daarmee ongehinderd over de bodem en de rotsen. Later hoor ik dat er die nacht ruim 40mm regen is gevallen. Twee dagen later zal Valencia geteisterd worden door noodweer en overstromingen, waarbij vele doden vallen. Ik weet dat op dit moment echter nog niet, natuurlijk.
Paden worden rivieren
Met moeite stap ik van steen naar steen, waarbij ik mijn best doe om droge voeten te houden en een veilige route te vinden. Naarmate ik lager kom, verzamelt zich steeds meer water op de paden, en wordt het aanvankelijk sijpelende stroompje nu meer en meer een brede, diepe rivier. De witrood markering verdwijnt steeds vaker onder water. De eerste paar kilometers geniet ik van het avontuur, dat het speelse hink-stap-sprong pad oproept. Maar na een paar uur is het bijna onmogelijk om een weg naar beneden te vinden zonder in het inmiddels kolkende bruine water te stappen dat zich een weg naar beneden baant. Iedere bocht speur ik opnieuw de omgeving af, mijn route bepalend om verder te komen.
De restanten van de bosbrand
Aan het einde van deze natuurlijke obstacle run bereik ik een meer bosrijk gebied, waar de schade van de stormen en ongenadige windstoten van afgelopen nacht duidelijk zichtbaar is in de vorm van een pad dat bezaaid ligt met omgevallen bomen en afgewaaide takken. Veel van de bomen die ik zie, zijn verkoold en zwartgeblakerd. Het geeft een unheimisch gevoel. Later leer ik dat er in 2022 een gigantische bosbrand heeft gewoed in dit gebied, waar ik doorheen loop. In één van de gehuchten is daar een monument voor gemaakt. De schade van de toenmalige bosbrand is enorm, en reikt kilometers ver. Ook op de bergen om mij heen zie ik de skeletten van kale, zwarte bomen, de bergen ontdaan van elke kleur en achtergelaten in doodse zwart-grijs tinten.
Omgevallen bomen
Ik zucht als ik opnieuw mijn best moet doen een goed pad te vinden, dit maal bukkend onder omgevallen bomen, klimmend over stammen en mijn evenwicht bewarend in stapels afgebroken takken. De brand heeft de bomen verschroeid en instabiel gemaakt, waarna de storm van afgelopen nacht ze als luciferhoutjes massaal heeft omgeknakt en uit de grond heeft gerukt. Later gaat het pad over op een grindpad dat ook de doorgaande weg is tussen de dorpen. Ik zie een aantal 4×4 auto’s vanuit de verte mijn richting op komen, en om de haverklap stoppen. Mensen stappen uit en ik hoor hun stemmen, maar ben nog te ver verwijderd om te zien wat er gebeurt. Pas als ik dichterbij kom, zie ik wat ze steeds doen: de wind heeft de bomen van de bergen boven het pad massaal omgewaaid, waarvan er enkele op het pad terecht zijn gekomen en de weg barricaderen. Ook de grond is hier en daar simpelweg weggespoeld door de heftige regenval, waardoor er soms enorme rotsblokken op de weg liggen en de doorgang versperren. De mannen stappen uit en duwen met elkaar de obstakels van de weg af, en rollen de omgevallen bomen het ravijn in om de weg vrij te maken. Ze vorderen maar langzaam door de hoeveelheid bomen die er liggen. Als ik langsloop valt mijn oog soms op rotsblokken die op scherp lijken te liggen op de helling boven me. Snel stap ik door, onder de indruk van het immense natuurgeweld en de schade die één nacht kan veroorzaken.
Op naar Bejis
Nu ik dit zie, prijs ik mezelf nog gelukkiger dat ik de nacht veilig ben doorgekomen. Halverwege de berg kom ik een stel tegen die aan het wandelen is. Ze begroeten me enthousiast en vragen me naar mijn tocht. Blij met de aanspraak kletsen we wat, over de storm, de bosbrand van 2022 en hun verhuizing van Valencia naar dit gehucht, waar zij de rust en natuur ervaren waar zij naar verlangen. Ook geven ze de tip dat je in Montanejos heel goed kunt zwemmen, er is een warm water bron en het schijnt er prachtig te zijn. Hoewel vandaag weer een zonnige dag is, is het de afgelopen dagen te koud om te zwemmen, maar ik neem me voor om daar volgend jaar zéker te gaan kijken.
Eindelijk weer een douche!
Ik neem afscheid van ze, en passeer nog 2 andere gehuchten, om rond 13.30u eindelijk aan te komen in Bejis, een klein bergdorp waar ik een accommodatie heb gevonden. Ik bel Rosa, de eigenaresse van het appartement, die me ophaalt op het pleintje en laat zien waar ik die nacht slaap. Ze heeft wat broodjes met jam klaargezet, die ik binnen een uur allemaal met smaak heb verorberd. De hikershonger is goed aanwezig. Na een heerlijke douche spoel ik mijn kleding uit, die het water bruinoranje kleuren, de kleuren van het stof en de Spaanse binnenlanden. Ik span mijn waslijn midden in de kamer en duim dat mijn kleren op tijd droog zijn voor morgen. Het is fris, niet meer zo zonnig, wat het drogen van kleding lastiger maakt. Omdat al mijn andere kleding gewassen aan de lijn hangt, trek ik mijn afritsbroek aan. Hoewel ik blij ben met het comfort van de kamer, verveel ik me ook. Er is geen bar of café geopend, en de minimarkt gaat pas om 19.00u open. Verder is er niks. Het is een dorp waar zo te zien iedereen elkaar kent, en ik voel me nogal opgelaten met alle nieuwsgierige ogen op me als ik door de enkele straat slenter. Ik besluit de privacy van mijn kamer op te zoeken en de tijd te doden met een middagdutje.
Vijf sterren maaltijd
Na het middagdutje in Bejis ga ik ’s avonds op jacht naar eten. Hoewel er staat dat de winkel rond 19.00u opent, blijkt dit pas tegen 20.00u te gebeuren. Rosa spreekt me aan op straat als ze me ziet zoeken naar de openingstijden van de winkel. Als de kleine buurtwinkel eenmaal opent, ontdek ik tot mijn verrassing ook nog een klein bakkertje waar ik 2 verse broden haal. In de winkel koop ik eieren, een banaan, chorizo en wijn. Een 5 sterren hikersmaaltijd volgt: gebakken eieren (zonder olie, want die heb ik niet) met chorizo op vers brood. De rest van de eieren kook ik alvast voor de volgende dag, ik kan die eiwitten wel gebruiken, want morgen zal een lange dag worden. Grappig genoeg eet ik nooit bananen in het dagelijks leven. De enige momenten dat ik er spontaan zin in krijg, zijn de momenten waarop ik fysiek langere tijd intensief bezig ben. Alsof mijn lichaam automatisch aanvoelt dat het de voedingsstoffen van de banaan goed kan gebruiken.




