Spanje gr7 dag 25 / 54 Chelva – La Pobleta – Andilla
Groene natuur
Niet echt uitgerust sta ik vroeg op, omdat ik deze dagen moet gebruiken om bij mijn eindbestemming te komen om de aansluiting naar Valencia te hebben. Ook voor vandaag lijkt er geen accommodatie mogelijk te zijn. Morgen is er godzijdank wél een accommodatie, en daar kijk ik gigantisch naar uit. De eerste kilometers zijn mooi, ik wandel door een smalle kloof en over een modderig pad met veel begroeiing. De regen heeft de natuur zichtbaar goedgedaan, het groen oogt schoon en fris, de grond is op sommige plekken flink verzadigd en in schaduwrijke plekken groeien de planten hard. Hierna loop ik weer een groene tunnel in, die mijn aandacht als vanzelf weer naar binnen richt. Zuchtend loop ik verder, terwijl mijn gedachten alle kanten op schieten.
Overgeleverd aan mezelf
Alleen lopen betekent dat je in elke situatie aan jezelf bent overgeleverd. Zonder uitzondering, er is geen ontsnapping mogelijk. Ik weet inmiddels dat het uitzicht en de omgeving voor fijne afleiding kan zorgen van je eigen gedachten. Maar zodra die optie wegvalt, groeit de kans op de confrontatie met mijn eigen geest. Van kleine, onbenullige zaken zoals liedjes die maar niet uit m’n hoofd gaan, tot verwerking van allerlei gebeurtenissen. De groene tunnel doet me denken aan Bosnië, waar we ook regelmatig in dit soort omgevingen hebben gelopen. En aan mijn schuldgevoel over de situatie waarin ik de kinderen heb doen belanden. Het is nogal wat, wat we hebben meegemaakt daar. Ik vraag me af in welke manier die ervaringen hen hebben gevormd.
In de soos
Vlak voordat ik Andilla bereik, wordt het pad meer open. De windmolens bij Andilla zingen onheilspellend, in de verdere stille omgeving. Ik loop langs akkers en olijfgaarden, en zie uiteindelijk aan de andere kant van de berg Andilla liggen. Voordat ik daar ben, moet ik eerst een steile afdaling maken, om met een omweg naar het dorpje toe te lopen. Hier vind ik een bar, waar ik binnen plaats neem. Deze bar doet zo te zien ook dienst als jongerensoos. Er staat een gevulde spellenkast tegen de muur. Het is een ongezellige, functionele ruimte, met vergeelde plavuizen, aluminium kozijnen en plastic meubilair. Toch ben ik blij om te kunnen zitten en even te ontspannen. Naast me zit een stopcontact waar ik dankbaar gebruik van maak om mijn powerbank op te laden. Ik maak geen haast, maar de barman laat me na mijn drankje weten dat de kroeg gesloten is, en ik voel me toch verplicht om weer verder te gaan.
Kruising met de gr10
De route vanaf Andilla gaat verder door een soort park. Hier komt de gr10 samen met de gr7 en ook twee andere themaroutes lopen door dit gebied, dat blijkbaar een vindplaats is van archeologische opgravingen. De ene route gaat over Middeleeuwse restanten die in de buurt zijn opgegraven, en de andere route over de oorlog. Ik passeer inderdaad diverse kunstwerken en beelden en ook loopgraven langs de route als herinnnering aan de gevechten die hier in de oorlog hebben plaatsgevonden. Zo slingeren de eerste 2 kilometer door het park over bruggetjes, trappetjes, vlonders en langs diverse opgravingen van o.a. een Middeleeuwse brug, watermolen en aquaduct. Daarna zigzagt het pad verder omhoog de bergen in en zie ik al snel de berghut hoog boven me liggen. Blij omdat ik nu zicht heb op mijn eindbestemming van vandaag loop ik verder omhoog. Naarmate ik hoger en dichterbij kom, zie ik dat deze plek alles had: een fuente (water!), een vlak stuk grond, picknicktafels en beschutting van de berghut zelf, die een afdakje heeft waaronder ik precies mijn tent kan zetten. De berghut zelf is echter gesloten.
Onweer
Als ik aankom betrekt de lucht en pakken dikke wolken zich samen boven het dal waar ik zojuist doorheen ben gelopen. Hoor ik nou gerommel in de verte? Ik check mijn weerapp en schrik: er is een weeralarm afgegeven tot de volgende ochtend 8u voor stormen, regen en onweer. Oei. Gelukkig staat mijn tent onder het afdakje, ik hoop maar dat dat genoeg beschutting biedt. Iedere keer als ik nu ergens aankom en ik de hoop heb te kunnen eten aan de picknicktafel, begint het de laatste dagen te regenen. Het zit niet mee. Hoewel, ik ben aan de andere kant blij dat het iedere keer pas begint te regenen nadat ik mijn tent heb opgezet. Ook nu weer vallen de eerste druppels als ik net klaar ben met mijn tentje. Ik verschalk me noodgedwongen in mijn tentje terwijl het onweer al snel losbarst. Het blijft echter boven het dal hangen, zodat ik precies op ooghoogte zit met het geflits en gedonder in de verte. Ondertussen eet ik mijn gehaktballen in tomatensaus, brood met chorizo en koekjes. Ik warm me op met thee en probeer van het natuurgeweld vlak voor me te genieten, wat toch wel steeds lastiger wordt als het onweer in rap tempo dichterbij komt.
Regen, héél veel regen
De aaneenschakeling van lichtflitsen en het steeds diepere gedonder brengen me voor de tweede keer vandaag terug in herinnering aan Bosnië, waar we met ons gezin midden in het noodweer belanden tijdens een trektocht. Omdat ik me met de minuut minder comfortabel voel, besluit ik te bellen met Steef, die met de kinderen bij zijn ouders is, waar ook onze nichtjes en hun moeder zijn. Ik laat ze het onweer zien en ben blij met de afleiding om even met ze te kunnen kletsen. Het duurt een hele poos voordat het onweer eindelijk verder trekt. Dan is het de beurt aan de regen, die vervolgens uit de hemel valt alsof er een sluis wordt opengezet. Een eindeloze stroom valt uit de lucht, en ik check meerdere keren of alles droog blijft. Ik prijs me gelukkig met het afdakje van de hut en ben blij met de regenhoes en het extra onderzeiltje dat ik mee heb genomen voor onder mijn tent. Deze vouw ik omhoog, zodat mijn schoenen en dergelijke droog blijven.
Wind
De regen houdt uren aan, en pas tegen de ochtend neemt deze af. De weergoden zijn echter nog niet van plan uit te rusten. De wind wordt als nieuwe speler ingezet, en het brullende, gierende geluid van overal om me heen is om rillingen van te krijgen. Ik meen krakende takken en bomen te horen op de bergen boven me. Af en toe slaat de wind beukend toe, onverwacht en meedogenloos, waardoor de klap van het tentdoek me keer op keer de stuipen op het lijf jaagt. Hoewel ik redelijk gunstig onder het afdakje sta, met de muur van het hutje als beschutting, blijf ik niet gespaard voor de klappen van de wind. In de vallei van Andilla hoor ik haar ijselijk gillen. Het geluid bezorgd me kippenvel. Rusteloos woel ik in mijn tent. Ik weet op dat moment nog niet dat dit de voorbode is van de gigantische overstromingen door dit gebied, enkele dagen later.




