Spanje gr7 dag 6 / 35 El Sabinar – camping La Puerta
Winderige praktijken
Midden in de nacht neemt de wind toe. Ik was te lui om de extra scheerlijnen vast te zetten, en wordt nu gestraft voor mijn laksheid. Zuchtend kruip ik uit mijn tent om ze alsnog vast te zetten. Het is geen verassing dat het zo waait op deze uitgestrekte, open vlakte. Ondanks het razen en loeien van de wind, lig ik zacht en comfortabel. Echt goed slapen doe ik eigenlijk nooit in mijn tent, maar het is blijkbaar altijd goed genoeg, want elke dag sta ik toch weer relatief fit op. Doordat ik nu een stuk minder hoog zit, zakt de temperatuur niet beneden de 16 graden, waardoor het relatief warm blijft.
De volgende ochtend kan ik voor het eerst sinds dagen mijn tent droog inpakken. Voorgaande nachten was de tent zeiknat van de condens. Het verschil tussen mijn warme adem en de koude buitentemperatuur in de bergen zorgt voor een kletsnatte tent in de ochtend. Ook vandaag start ik met een yogalesje op mijn telefoon om mijn heupen wat te rekken en openen, wat heerlijk voelt na zo stram wakker worden.
Klaar voor de start!
Vandaag zal de route maximaal 25km zijn en vooral bergafwaarts gaan. Dat is een fijn vooruitzicht, zeker omdat er een camping aan het einde van de route in het verschiet ligt. Na mijn havermout en yoga klik ik mijn horloge weer aan als ik mijn tas op mijn rug slinger en nog één keer achterom kijk naar mijn slaapplek. Nog een laatste check om te controleren of ik niks achterlaat. Na een open vlakte passeer ik wat flauwe heuvels en volg het pad door velden met kleine stroompjes en populieren die zich in de natte grond hebben gevestigd. Ik moet een plek vinden om één van die beekjes over te steken, en loop een tijdje heen en weer op zoek naar een geschikte plek om met droge voeten over te steken.
Hierna slingert het pad een nieuwe heuvel op, hoger ditmaal, die me een nieuw berggebied intrekt. Mijn tempo zakt terug, in dezelfde mate als waarin mijn inspanningen, gehijg en gezweet toenemen. Het wordt steeds groener en begroeider om me heen, met dennen, sparren, pijnbomen en andere naaldbomen. Niet alleen hoge bomen, maar ook veel groene struiken. Ineens zie ik een fiets liggen, en kort daarop spot ik een man tussen de hoge, groene struiken. Als ik kort daarna weer mensen tegenkom tussen de struiken, ditmaal vergezeld van manden aan hun arm, vermoed ik dat de mensen hier bessen plukken of paddenstoelen verzamelen. Het is duidelijk te merken dat het zondag is, aan de hoeveelheid dagjesmensen en families die ik onderweg tegenkom.
Veranderend landschap
Het is een totaal ander landschap hier, dan waaruit ik vanmorgen vertrok. De hoge, groene heuvels zover het oog reikt, geven me het gevoel alsof ik in een jungle loop. Hier en daar zie ik de witgrijze rotsen tussen het groen. Ook hoor ik het ruisen van de meanderende rivier beneden, die door de bergen en bomen aan mijn zicht wordt onttrokken. Soms kruist mijn pad een van de uitlopers van het riviertje, en bij één van die oversteekjes besluit ik te pauzeren. Ik smeer wat boterhammen met nutella en geniet van de geluiden van het klaterende water.
In het vervolg van de route wordt de kloof waar ik doorheen loop steeds duidelijker zichtbaar, terwijl het pad me weer flink mee omhoog neemt. De kabbelende beek is intussen getransformeerd in een heuse, brullende rivier in de diepte, waar ik nog steeds geen zicht op heb omdat het diep in de kloof beneden stroomt. Als ik op het hoogste punt van de wandeling kom, is het een stuk bergafwaarts richting de camping, die aan deze rivier en kloof gevestigd ligt.
La Puerta
Ik heb vandaag 20 kilometer gelopen en ben aangekomen op mijn allereerste camping tijdens deze tocht, camping la Puerta. Hier komen dagjesmensen om een korte wandeling te maken en een hapje te eten bij het restaurant op de camping. Voor een nachtje kamperen hier reken ik slechts €10 af. Ik krijg een plek toegewezen naast een rotonde met flinke lantaarnpaal (hoe kan het ook anders). Dit blijkt een doorgaande campingroute te zijn en behoorlijk veel verkeer te hebben in de loop van de avond, met mensen die waarschijnlijk weer huiswaarts keren na een weekend op de camping. Iedere paar minuten schijnen de koplampen van de voertuigen fel mijn tent in.
Ondanks deze ongemakken geniet ik van een lang verlangde douche, het uitwassen van mijn vieze, stoffige kleren en het kunnen zitten aan een tafeltje in het restaurant. Het is zondag en het terras is afgeladen vol met families die samen aan het eten zijn op de witte plastic stoelen. De lunch is de belangrijkste maaltijd van de dag, en deze wordt op zondag traditioneel met de familie genuttigd. Ik twijfel of ik hier morgen een rustdag neem op deze camping, of morgen op de volgende camping misschien. Ik voel me namelijk eigenlijk nog prima, na een ‘halve’ dag lopen. Doordat ik lekker op tijd op de camping ben, heb ik nog uren voor mezelf.
Camping perikelen
Het zit niet mee. Ik wil heel graag een pizza of iets anders lekkers op de camping eten, maar rond 18.00u halen ze ineens de menukaarten weg! Er is geen mogelijkheid meer voor een diner, dus eet ik maar weer brood waarvan ik vermoed dat het over 2000 jaar nog steeds ‘goed’ is. Thuis eten ze preiquiche, en dat ziet er heerlijk uit als ik met mijn gezin beeldbel.
Ik baal van mijn plek op de camping. De kampeerplekken hier zijn overal stenig en stoffig, logisch natuurlijk, maar elk comfort ontbreekt daarmee ook direct. Zitten op de grond is dan geen pretje. Ook ben ik altijd bezorgd of mijn luchtbed niet lek gaat door de scherpe steentjes. Mijn plek ligt tussen de vaste gasten, op een punt van een kampeerstrook, direct aan de rotonde van de doorgaande route van de camping, met schuin achter me een milieustraat vol stinkende containers. Er staat, hoe kan het ook anders, een gigantische lantaarnpaal die de hele nacht aanblijft, maar precies om 7u ’s ochtends uit gaat, precies als ik het licht kan gebruiken voor mijn ochtend bezigheden. Hoe krijgen ze het verzonnen.
Verschillende campinggasten praten luid, koplichten flitsen continu mijn tentje in, samen het het geluid van ronkende motoren. Wat een contrast met het wildkamperen. Tot rust komen lukt niet echt. Ik kan niet slapen van het licht dat door mijn dunne tentdoek heen schijnt, en ga op zoek naar mijn buff, om over mijn ogen te trekken, ondanks de warmte. Ik duikel direct ook mijn oordoppen op en prop ze in mijn oren met de ijdele hoop dat ik dan misschien in slaap val. Omdat ik simpelweg niks anders te doen heb, ben ik al vroeg mijn bed ingegaan om in ieder geval in horizontale positie wat uit te kunnen rusten.
Onverwacht bezoek
Rond 21u hoor ik door mijn oordoppen heen ineens allerlei geritsel rondom mijn tent. Verbaasd steek ik mijn hoofd uit m’n tent, en heb even tijd nodig om te snappen wat ik zie. Over de campingplek liggen her en der mijn spullen verspreid: mijn vuilniszak is leeggetrokken en afval ontsiert nu de omgeving. Maar ik herken ook mijn etenswaren, die uit de opbergtas zijn getrokken waar ze in zaten. Opnieuw hoor ik geritsel, en als ik mijn tent uit stap zie ik links van me ineens een grote vos, die op zijn gemak mijn rol koekjes naar binnen staat te werken. Wat een brutaaltje!
Ik raap mijn spullen bij elkaar, maar de vos gaat onverstoorbaar door met zijn streken. Sterker nog, als ik door mijn hurken ga, loopt hij naar me toe en snuffelt nieuwsgierig aan mijn hand. Ik kan onmogelijk boos zijn op dit prachtige dier. Met gouden ogen kijkt hij me aan, alsof hij me uitnodigt hem te aaien. Toch durf ik dat niet, uit angst dat hij misschien zal bijten of uithalen, en ik een tetanusprik riskeer. Het blijft tenslotte een wild dier, hoewel deze vos eerder overkomt als een vaste campinggast. Grinnikend berg ik nu mijn spullen extra goed op, om herhaling te voorkomen. Als ik wildkampeer doe ik dit standaard, maar hier op de camping had ik geen rekening gehouden met dieren bij mijn tentje.




