Spanje gr7 dag 7 / 36 Camping La Puerta – Moratalla – Calasparra
Uiteindelijk val ik toch ergens in slaap, nadat de meeste auto’s zijn vertrokken van de camping en de relatieve rust weerkeert. Als ik om 7u opsta, gaan geheel onlogisch, de lichten uit, en ben ik genoodzaakt met mijn hoofdlampje mijn ontbijtje klaar te maken en mijn spullen op te ruimen. Een beetje heimelijk stop ik mijn powerbank in het stopcontact van het toiletgebouw. In het verleden heb ik helaas vaker meegemaakt dat er spullen van mij uit een campinggebouw zijn gestolen, en dat kan ik me tijdens deze tocht niet veroorloven. Bovendien heb ik niet betaalt voor elektra, en de clash met een onvriendelijke campingbaas op mijn eerste etappe staat me nog helder voor de geest. Mijn rug voelt stijf, en de yoga waarmee ik mijn ochtend start, voelt weldadig, hoewel het grind niet bepaald een pretje is om mijn handen, voeten of rug op te leggen.
Plannen maken voor de dag
Ik twijfel over mijn plan voor vandaag. Als ik naar de camping boven Calasparra zou gaan om een rustdag te houden, moet ik 4,5 km extra lopen, en de dag erna ook om weer terug op de route te komen. Dat komt op 9km extra neer waar ik niet naar uitkijk. Bovendien rust ik nou niet fantastisch uit op mijn slaapmatje. De camping heeft bovendien geen bar of restaurant. Niet omdat ik graag iets wil eten, maar omdat dat voor mij betekent dat ik op een stoel kan zitten. Een stukje luxe dat ik graag opzoek, zeker als ik een rustdag houd. De camping lijkt dus geen goede optie, en in plaats daarvan vind ik een kamer voor €40 in het stadje zelf. Zoals ik me nu voel, hoef ik geen rustdag morgen, maar misschien dat ik wel lekker rustig opstart en later vertrek. Dan zoek ik vervolgens een kampeerplek in de buurt van Cieza. Want ná Cieza zal ik weer 45km zonder dorpen moeten bewandelen. Het is vandaag maandag, en alles wat ik tot nu toe ben tegengekomen onderweg is dicht. Hopelijk kan ik toch nog ergens iets te eten scoren vandaag.
Moratalla
Het eerste stuk van de route vandaag is bijzonder. Ik loop naar Moratalla, een stadje van een aardig formaat wat verder weinig indruk op me maakte. Het komt allemaal wat shabby en armoedig over hier. Dat vind ik eigenlijk voor alle dorpen die ik tot nu toe heb gezien in Murcia. In de verte zie ik mooie, grillig gevormde heuvels en onderweg passeer ik veel vakantiewoningen, tot mijn verrassing. Het weer is een beetje heiig, bewolkt maar warm, boven de 30 graden. Als ik bijna Moratalla in loop, passeer ik wegwerkers, die me aanspreken. Eén van hen, een jonge, knappe Spaanse man, vraagt me nieuwsgierig waar ik heen loop. Zijn oorbel glinstert in het zonlicht. ‘Ik loop naar Servië, vorig jaar ben ik in Tarifa begonnen’, grijns ik. ‘Madre mia!’ roepen de mannen in koor, waarna de knappe me onderzoekend aankijkt: ‘ben je getrouwd? Loop je helemaal alleen?’. Ze kunnen het bijna niet geloven, en fluiten vol ontzag als ik beaam dat ik alleen loop. Grinnikend neem ik afscheid, terwijl ze me op het hart drukken voorzichtig te zijn. Ik geniet van dit soort momenten. Het blijft bijzonder dat het deze reis veel vaker gebeurt. Straal ik iets anders uit? Zijn de mensen hier anders?
Slechte timing
In Moratalla vind ik een supermarkt van formaat, en hier sla ik groots in: zakdoekjes (mijn wc papier), koffie, yoghurt, worst, zoutjes, kiwi’s. Op het pleintje naast de supermarkt eet ik alle vier de yoghurtjes op en een kiwi. Ik loos zoveel mogelijk verpakkingsmateriaal en afval om ruimte en gewicht te besparen, en prop in elke zak een pakje zakdoeken. Met een volle buik en zware tas klim ik naar het hoogste punt van Moratalla, bij de kerk, van waar ik uitzicht heb over de omgeving. Deze is echter niet zo spectaculair op dit moment. De wolkenflarden ontnemen bovendien ook het grootste gedeelte van het uitzicht. Bezweet en plakkerig daal ik weer af, mijn route vervolgend door Moratalla uit te lopen. Terwijl ik langs tuinen en stukjes grond van mensen loop, zoek ik een geschikte plek om even te plassen. Dit is nog lastig, omdat ik nu langs een druk weggetje loop en er weinig beschutting is om me te verstoppen. Als ik het uiteindelijk niet langer houdt, hurk ik tussen wat olijfbomen. Helaas is mijn gevoel voor timing niet optimaal, en twee verbaasde en nieuwsgierige bestuurders rijden langzaam langs terwijl ik op dat moment wens om onzichtbaar te zijn. Met een rood hoofd, maar lege blaas vervolg ik mijn weg. Ik pluk wat rijpe vijgen die ik uit het vuistje eet, en verruil dan eindelijk de laatste bebouwing voor een leeg, stoffig landschap.
Dansend door Murcia
Een gevoel van euforie en geluk overvalt me. Ik voel me ineens intens blij en dankbaar dat ik hier loop, dat ik dit kan doen. Mijn tas voelt licht, ondanks de boodschappen. Mijn lichaam voelt sterk, en zelfs de stoffige hitte van vandaag krijgt geen vat op me. Ik zet muziek op en dans blij door het landschap, terwijl ik uit volle borst meezing. Wat bof ik, dat het pad nog steeds zo goed begaanbaar is!
Pas uren later verandert het pad in een stenig pad dat meer van mijn aandacht vraagt. Dit soort paden zijn potentiele enkelbrekers. Het slingert langs struiken en gaat soms steil omhoog of juist omlaag. En dan ineens moet ik een riviertje oversteken, en vervolgens nog eens. Het scheelt weinig, of ik had natte voeten gehad. Ik baan me een weg door manshoog riet, dat ook achter mijn rugzak blijft hangen, alsof de rietstengels hun best doen me met hun lange vingers vast te grijpen en terug te trekken. Ik probeer het hoge riet omver te duwen, voor me uit, om een soort brug te maken om overheen te lopen. Terwijl ik daar druk mee ben, vergeet ik om me heen te kijken. Na een poosje heb ik de paar meer droog over het water afgelegd, en het riet overwonnen.
Koeien
Terwijl ik de plukjes rietstengel nog van me afklop, zie ik ineens dat ik midden in een koeienveld sta. Fuck. Ik zie tientallen grote koeien en stieren, met hoorns die links en rechts van hun kop uitsteken en met gemak een meter breed zijn. Direct zit mijn hart in mijn keel, en voel ik de adrenaline toestromen. De koeien staan stil, en kijken allemaal mijn kant op. Mijn komst is natuurlijk grootschalig aangekondigt door mijn gevecht met het riet en de rivier, en alle dieren zijn daardoor gealarmeerd en nu op hun hoede. Eén blik op mijn horloge vertelt me dat ik niet op de route ben, wat me gezien de huidige omstandigheden niet verbaasd. Ik tuur in de omgeving, maar ik herken nergens een pad. Het lijkt alsof het pad in het niets is opgelost zodra ik van de heuvel ben afgelopen. Op mijn telefoon kijk ik in een andere navigatie-app, die ook aangeeft dat ik van de route af ben. Het pad lijkt grofweg zo’n 100 tot 200 meter achter het koeienveld te liggen. Ik snap er niks van, maar de enige conclusie die ik kan trekken is dat ik door de koeien heen zal moeten lopen, om verderop de route weer terug te vinden.
Zo onopvallend mogelijk…
Op de vorige etappe heb ik al vaker door stierenvelden heen gelopen, en iedere keer gaf me dat toch de nodige angst. Ik wéét dat koeien en stieren behoorlijk gevaarlijk kunnen zijn. Ik had een cliënt die ooit is aangevallen door een koe, en daardoor het ziekenhuis in is gedraaid. Ik heb ook begrepen dat er meer dodelijke incidenten zijn met koeien, dan met beren. Geen geruststellende feiten om op zo’n moment weer aan te denken. Heel rustig en met gecontroleerde bewegingen loop ik door het veld. Ik vermijd elk oogcontact, maar probeer toch vanuit mijn ooghoeken te zien waar de koeien zich bevinden, en wat ze doen. Sommige koeien bewegen zich van me af, maar er lopen ook koeien meer mijn richting op. Het zweet staat op mijn ruggengraat, en ik voel de adrenaline in mijn vingertoppen tintelen.
Hart in mijn keel
Intussen ben ik zo’n 50 meter verder, en moet nu over een smal stuk land een koe frontaal passeren. Ze bevindt zich een meter of 5 links van me. Zachtjes zet ik mijn voeten neer, waarbij ik probeer zo min mogelijk geluid te maken. Dan ineens schrikt ze ergens van, en doet een sprongetje mijn kant op. Ik versteen, en mijn hartslag giert door mijn keel en borstkas. Ik hap naar adem, en even denk ik dat dit het startsein is voor de koeien om me aan te vallen. Ik zet me schrap. De geschrokken koe is duidelijk zwanger, zie ik nu, en rent precies een stukje in de richting waar ik sta. Oh fuck fuck fuck… ik durf amper adem te halen en kan me niet bewegen, mijn blik is wazig. Ik forceer mijn loodzware benen om stapjes vooruit te zetten. De koe sta nu stil, en houdt mij scherp in de gaten. Er zit amper 3 meter tussen ons in. Ik zet nog een paas passen, en houdt mijn bovenlijf volkomen stil.
Ik wil hier weg!
En dan, eindelijk, ben ik voorbij haar. Héél langzaam laat ik mijn adem ontnappen. Als ik op veilige afstand ben, kijk ik opnieuw op de route: wéér verkeerd! Het lijkt erop dat ik tussen een stel andere koeien nogmaals het water moet oversteken en daar het pad moet terugvinden. Er is geen tijd voor zelfmedelijden. Ik wil hier zo snel mogelijk weg. Ik verzamel moed, en loop richting het water. Om daar te komen, moet ik opnieuw langs een aantal koeien. Godzijdank blijven deze rustig liggen en kan ik het riviertje nu voor de derde keer oversteken, die een veilige afgrenzing vormt tussen mij en de dieren. Opgelucht haal ik adem, en maak ik foto’s. Ja, nu durf ik het pas!
De vermoeidheid slaat toe
Niet lang daarna vind ik inderdaad de route terug, hoewel het een raadsel is hoe ik nou had moeten lopen. Ik word ineens overvallen door vermoeidheid. Mijn rug doet pijn en ik heb een enorme dorst. Een duidelijke tol voor het spannende stressmoment van zonet. Ik pauzeer, maak mijn lunch klaar en drink bijna al mijn water op. Wat een hitte en een raar weer is het toch! Zo anders dan vorig jaar. Het voelt drukkend warm en heiig, alsof het zo zou kunnen gaan onweren. De lunch en de pauze doen me goed. Ik vervolg de route, en het landschap is opnieuw totaal anders dan een paar kilometers geleden. Het lijkt wel alsof er hier met grof materieel grond is afgegraven zonder duidelijk systeem, en vervolgens met crossmotoren of supertrucks overheen is gereden. De zanderige bodems zitten vol bandensporen. Beige velden vol grind, steen, zand en keien. Er groeit hier niets, behalve een verdwaald dennenbosje hier en daar.
Vogelgeluiden zonder vogels?
Ik lees momenteel een boek over het ‘lezen’ van bomen van Tristan Gooley, en het is onwijs leuk om de theorie direct in de praktijk te kunnen oefenen. Maar momenteel is het landschap zo eentonig en met gebrek aan bomen, dat het lastig is om de materie te toetsen. Ik kom naast naaldbomen ook maar weinig andere soorten tegen. In de verte zie ik de vage omtrekken van de bergen die voor me liggen, en ik herken ook de bergen die ik achter me heb gelaten. Na een poos kruis ik de doorgaande weg en wandel wat hoger en parallel aan deze weg in de richting van Calasparra. Uit het niets hoor ik ineens een helder vogelgefluit. Het klinkt onwerkelijk. Ik hoor wel 30 verschillende soorten vogels fluiten, maar er is in geen velden of wegen een boom te bekennen waar ze in kunnen zitten. Ik begrijp er niets van. Waar komt dit vandaan? Ik speur het landschap af en probeer te lokaliseren waar het geluid vandaan komt. Het lijkt wel van de elektriciteitspaal te komen, maar ik zie geen vogels op de draden zitten. Als ik uiteindelijk onder de elektriciteitsdraden doorloop, zie ik een speaker aan de paal bevestigt zitten. En inderdaad, uit deze speaker komen de vogelgeluiden! Nouja! Wat is dit voor iets mafs? Er is hier helemaal niets, behalve een doorgaande weg verderop. Geen bebouwing, geen begroeiing. Waarom hangt hier een speaker in nomandsland met vogelgeluiden? Het heeft iets bevreemdends.
Ik nader Calasparra
Ik laat de speaker achter me, steek de weg over en vervolg mijn pad richting Calasparra. Pas als ik er bijna ben, zie ik weer een bord dat de gr7 en e4 aangeeft. Altijd leuk om die als een soort supporters onderweg tegen te komen. Mijn route gaat vanaf hier een tijdje gelijk op met de gr251, de camino del Altiplano en Sendero de los Romeros. Omdat dit een regionale route is, staat het nu ineens weer om de haverklap aangegeven. Dat maakt me toch altijd blij, de bordjes voelen als vriendjes onderweg die me soms op de meest verrassende plekken een beetje aanmoedigen.
Langzaam loop ik Calasparra via de buitenwijken in, langs een stierenvecht arena en voetbalvelden. Mijn kamer blijkt een volledig appartement te zijn, met 3 slaapkamers, wasmachine, keuken, en een dakterras. Heerlijk! Dolblij met de luxe zet ik een was aan, douche ik me, hang mijn spullen uit, laad mijn elektra op en ga vervolgens op zoek naar wat te eten in een restaurantje.
Nog een laatste uitdaging
Helaas loopt de zoektocht naar een restaurantje om lekker bij te eten op niks uit. Alles is hier dicht, op een paar lokale barretjes na, maar die serveren geen eten. Ik besluit daarom bij de supermarkt ingrediënten voor een lekkere salade te halen, met extra groenten. Met een tas vol eten loop ik terug. Als ik de sleutel van het appartement in de buitendeur stop, blijkt deze niet te passen. Huh? Ik heb geen andere sleutel gekregen en er hangt ook geen sleutelkastje waar nog een sleutel is. Shit. Ik ben moe en hongerig, en kijk er naar uit om lekker te zitten. In plaats daarvan zoek ik in de gegevens van de accommodatie en bel ik de eigenaar. In gebrekkig Spaans en half Engels leg ik uit dat ik niet naar binnen kan. De vrouw aan de andere kant van de lijn stelt allerlei vragen die me mateloos irriteren. Ja natuurlijk heb ik het al geprobeerd, ja ik heb al ingecheckt, ik ben al binnen geweest, maar was even weg, enz. Pas na eindeloos veel vragen lijkt ze te snappen wat ik bedoel. Ze heeft het over een sleutelkastje, maar ik zie nergens iets hangen. Uiteindelijk stuurt ze me foto’s, en blijkt er een tweede sleutelkastje een eindje verderop bij de ingang van een parkeerterrein te hangen. Eindelijk lukt het me om de deur open te krijgen, en opgelucht ga ik mijn kolossale appartement weer in.
Eindelijk, de dag zit erop!
Inmiddels is het al half 8, en ik moet nog beginnen met het eten klaarmaken. Ik mik een lading olijven, sperziebonen, flinke klodders mayo en nog meer in de sla, en neem een bord vol mee naar het buitenterras. Hier geniet ik van de zwoele avond, en de geluiden van trainende jeugd op de nabijgelegen voetbalvelden. Wat is het heerlijk om te kunnen zitten op een stoel, aan een tafel te eten en iets anders te eten dan de eeuwige wraps. Ik eet zoveel als ik kan van de verse ingrediënten waar mijn lichaam zo naar snakt. Rozig van het bier en de vermoeidheid duik ik mijn bed in. ’s Nachts word ik wakker van lichtflitsen en gerommel: onweer. Het begint hard te regenen en de flitsen volgen elkaar in rap tempo op. Wat een mazzel dat ik binnen lig!





Leuk te lezen! En dat je alleen loopt … die vragen en dat ontzag moet je maar als iets positiefs zien, als bewondering. Maar aan een kerel zullen ze niet vragen of ie dat helemaal alleen doet.
Ik heb 2000 km GR7 van Tarifa t/m Andorra in 2016 gelopen (ook solo!) en overweeg nu tien jaar later in 2026 van Andalusië de ‘rama norte’ te doen plus Murcia en Valencia (gewoon nog een keer, omdat ik die zo geweldig vond). Dus ik zal je blog goed gaan lezen! Omgekeerd kan ik misschien nog iets voor jou betekenen.
Hey Marla, leuk om te horen! Ik ben heel benieuwd hoe je het zal ervaren, 10 jaar later! Zal ongetwijfeld een mooi avontuur worden. En leuk dat je mijn verslagen volgt!